Een bijvoeglijke bijzin is een deel van een zinsdeel.
Het huis dat onlangs nog verbouwd is, staat aan de rand van een meer.
Het huis dat onlangs nog verbouwd is = onderwerp
dat onlangs nog verbouwd is = deel van het onderwerp = bijvoeglijke bijzin
Er zijn twee soorten bijvoeglijke bijzinnen, namelijk beperkende en uitbreidende bijvoeglijke
bijzinnen.
Een beperkende bijvoeglijke bijzin is van belang voor de inhoud van de zin en kan niet zomaar
weggelaten worden.
De supporters die met kussentjes hadden gegooid, werden van de tribune verwijderd. (Hier worden
alléén de supporters die met kussentjes hadden gegooid, verwijderd.)
De kennissen die ons nieuwe appartement nog niet gezien hebben, komen vanavond op visite. (Hier
komen alléén de kennissen die het nieuwe appartement nog niet gezien hadden vanavond op visite.)
Een uitbreidende bijvoeglijke bijzin geeft extra informatie bij het woord waarmee het verbonden is.
Deze informatie is niet essentieel voor de zin en kan ook weggelaten worden zonder dat dit de
inhoud van de zin aantast.
De supporters, die met kussentjes hadden gegooid, werden van de tribune verwijderd. (Hier worden
alle supporters verwijderd.)
De kennissen, die ons nieuwe appartement nog niet gezien hebben, komen vanavond op visite. (Hier
komen alle kennissen op visite.)
Aan het einde van een bijvoeglijke bijzin komt altijd een komma, of de bijzin nu beperkend is of
uitbreidend (en de zin uiteraard nog doorloopt).
De komma aan het begin van de zin is essentieel: bij de beperkende bijzin wordt de komma niet
geplaatst, bij de uitbreidende bijzin wel.
Slechts de journalisten die de verklaring niet ondertekend hadden, werden opgepakt. (beperkend)
De journalisten, die de verklaring niet ondertekend hadden, werden opgepakt. (uitbreidend)
Alleen de verpakkingen die niet hergebruikt kunnen worden, gaan de vuilnisbak in. (beperkend)
De verpakkingen, die niet hergebruikt kunnen worden, gaan de vuilnisbak in. (uitbreidend)