Werkwoord ³ ⁴
• Een werkwoord is een woord dat een handeling, toestand of gebeuren aangeeft: lopen,
zitten, plaatsvinden, rusten, ontwikkelen, ontstaan.
• Een werkwoord kan vervoegd worden: ik vraag - jij vraagt - hij vraagt - wij vragen - jullie
vragen - zij vragen - ik heb gevraagd.
• Een werkwoord kun je in een andere tijd zetten: schrijven - schreven.
Er zijn drie soorten werkwoorden:
• zelfstandig werkwoord
Deze werkwoorden kunnen alleen in een zin voorkomen. Ze kunnen dus alleen een werkwoordelijk
gezegde vormen. Daarnaast komen ze ook voor in combinatie met andere werkwoorden.
Zelfstandige werkwoorden hebben altijd betekenis.
Zahra danst op moderne muziek.
danst = zelfstandig werkwoord
danst = werkwoordelijk gezegde
Tobias heeft de offerte ontvangen.
ontvangen = zelfstandig werkwoord
heeft ontvangen = werkwoordelijk gezegde
• hulpwerkwoord
Een hulpwerkwoord komt niet zelfstandig voor, maar altijd in combinatie met een ander werkwoord.
Een zin kan meerdere hulpwerkwoorden bevatten; één hulpwerkwoord daarvan is de
persoonsvorm.
De ruiter is op het paard gesprongen.
is = hulpwerkwoord
Benjamin zou het gedaan kunnen hebben.
zou, kunnen, hebben = hulpwerkwoord
• koppelwerkwoord
Een koppelwerkwoord heeft geen betekenis. Het krijgt pas betekenis in combinatie met een
(zelfstandig, bijvoeglijk, etc.) naamwoord (het naamwoordelijk deel). Het koppelwerkwoord is het
hoofdwerkwoord van het naamwoordelijk gezegde. De koppelwerkwoorden zijn:
zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen.
• Een werkwoord is een woord dat een handeling, toestand of gebeuren aangeeft: lopen,
zitten, plaatsvinden, rusten, ontwikkelen, ontstaan.
• Een werkwoord kan vervoegd worden: ik vraag - jij vraagt - hij vraagt - wij vragen - jullie
vragen - zij vragen - ik heb gevraagd.
• Een werkwoord kun je in een andere tijd zetten: schrijven - schreven.
Er zijn drie soorten werkwoorden:
• zelfstandig werkwoord
Deze werkwoorden kunnen alleen in een zin voorkomen. Ze kunnen dus alleen een werkwoordelijk
gezegde vormen. Daarnaast komen ze ook voor in combinatie met andere werkwoorden.
Zelfstandige werkwoorden hebben altijd betekenis.
Zahra danst op moderne muziek.
danst = zelfstandig werkwoord
danst = werkwoordelijk gezegde
Tobias heeft de offerte ontvangen.
ontvangen = zelfstandig werkwoord
heeft ontvangen = werkwoordelijk gezegde
• hulpwerkwoord
Een hulpwerkwoord komt niet zelfstandig voor, maar altijd in combinatie met een ander werkwoord.
Een zin kan meerdere hulpwerkwoorden bevatten; één hulpwerkwoord daarvan is de
persoonsvorm.
De ruiter is op het paard gesprongen.
is = hulpwerkwoord
Benjamin zou het gedaan kunnen hebben.
zou, kunnen, hebben = hulpwerkwoord
• koppelwerkwoord
Een koppelwerkwoord heeft geen betekenis. Het krijgt pas betekenis in combinatie met een
(zelfstandig, bijvoeglijk, etc.) naamwoord (het naamwoordelijk deel). Het koppelwerkwoord is het
hoofdwerkwoord van het naamwoordelijk gezegde. De koppelwerkwoorden zijn:
zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen.