Voegwoord ³ ⁴
Een voegwoord voegt woorden, zinsdelen en zinnen aan elkaar. Er zijn twee soorten voegwoorden:
nevenschikkende en onderschikkende voegwoorden.
Nevenschikkende voegwoorden
Deze voegwoorden verbinden twee gelijkwaardige woorden, woordgroepen, zinsdelen of zinnen.
Nevenschikkende voegwoorden zijn:
alsmede, doch, en, maar, want, of, dus, doch.
Salim koopt een horloge en loopt daarna de juwelierszaak uit.
En verbindt twee hoofdzinnen; het is een nevenschikkend voegwoord.
Ivana zei dat ze naar huis ging en vroeg wilde eten.
En verbindt twee gelijkwaardige bijzinnen; het is een nevenschikkend voegwoord.
We geven haar een cadeaubon en een fles wijn.
En verbindt twee woorden; het is een nevenschikkend voegwoord.
Let op: of kan ook een onderschikkend voegwoord zijn. Je kunt er dan dat achter zetten.
Voorbeeld: Lana wist niet meer of (dat) Bogdan zou komen.
Onderschikkende voegwoorden
Deze voegwoorden verbinden ongelijkwaardige zinnen. Ze drukken meestal een relatie uit tussen
een hoofd- en een bijzin. Onderschikkende voegwoorden zijn bijvoorbeeld:
• omdat, aangezien, daar, daarom, doordat, zodat (voegwoorden van reden, oorzaak en
gevolg);
• opdat, om, teneinde (doelaangevende voegwoorden);
• hoewel, ofschoon (voegwoorden van toegeving);
• als ... dan, mits, tenzij, wanneer, indien (voegwoorden van voorwaarde);
• voor, voordat, alvorens, tot, totdat, als, wanneer, nadat, na, voordat, zolang, terwijl, sinds,
sedert, toen, nu, zodra (voegwoorden van tijd);
• zoals, alsof, evenals, dan (voegwoorden van vergelijking).
Joakim rookt omdat hij zenuwachtig is.
Joakim rookt = rompzin
omdat hij zenuwachtig is = bijzin
omdat = onderschikkend voegwoord
Fatma verwacht dat ze de eerste prijs wint.
Een voegwoord voegt woorden, zinsdelen en zinnen aan elkaar. Er zijn twee soorten voegwoorden:
nevenschikkende en onderschikkende voegwoorden.
Nevenschikkende voegwoorden
Deze voegwoorden verbinden twee gelijkwaardige woorden, woordgroepen, zinsdelen of zinnen.
Nevenschikkende voegwoorden zijn:
alsmede, doch, en, maar, want, of, dus, doch.
Salim koopt een horloge en loopt daarna de juwelierszaak uit.
En verbindt twee hoofdzinnen; het is een nevenschikkend voegwoord.
Ivana zei dat ze naar huis ging en vroeg wilde eten.
En verbindt twee gelijkwaardige bijzinnen; het is een nevenschikkend voegwoord.
We geven haar een cadeaubon en een fles wijn.
En verbindt twee woorden; het is een nevenschikkend voegwoord.
Let op: of kan ook een onderschikkend voegwoord zijn. Je kunt er dan dat achter zetten.
Voorbeeld: Lana wist niet meer of (dat) Bogdan zou komen.
Onderschikkende voegwoorden
Deze voegwoorden verbinden ongelijkwaardige zinnen. Ze drukken meestal een relatie uit tussen
een hoofd- en een bijzin. Onderschikkende voegwoorden zijn bijvoorbeeld:
• omdat, aangezien, daar, daarom, doordat, zodat (voegwoorden van reden, oorzaak en
gevolg);
• opdat, om, teneinde (doelaangevende voegwoorden);
• hoewel, ofschoon (voegwoorden van toegeving);
• als ... dan, mits, tenzij, wanneer, indien (voegwoorden van voorwaarde);
• voor, voordat, alvorens, tot, totdat, als, wanneer, nadat, na, voordat, zolang, terwijl, sinds,
sedert, toen, nu, zodra (voegwoorden van tijd);
• zoals, alsof, evenals, dan (voegwoorden van vergelijking).
Joakim rookt omdat hij zenuwachtig is.
Joakim rookt = rompzin
omdat hij zenuwachtig is = bijzin
omdat = onderschikkend voegwoord
Fatma verwacht dat ze de eerste prijs wint.