Wederkerende voornaamwoorden zijn bijvoorbeeld me (mezelf), ons (onszelf) en zich (zichzelf) in
zinnen als ik heb me gesneden, we vergissen ons, hij wast zich. Een wederkerend voornaamwoord
verwijst meestal naar het onderwerp van een zin.
ik was me
jij wast je
u wast zich
hij/zij/het wast zich
wij wassen ons
jullie wassen je
zij wassen zich
Het wederkerend voornaamwoord kan het achtervoegsel -zelf krijgen.
Ik schaam mezelf.
Douwe spoedt zichzelf naar de vergadering.
Stelt u zichzelf even voor.
• Werkwoorden waar géén zich bij hoort:
Het werkwoord beseffen is geen wederkerend werkwoord. Tegenwoordig wordt soms het
voornaamwoord zich toegevoegd, maar dat is onjuist. Het werkwoord beseffen heeft dus geen
wederkerend voornaamwoord bij zich.
Ik besef me dat Floyd niet meer komt. (uitgesloten)
Bodhi besefte dat hij snel moest scoren.
• Werkwoorden waar wél zich bij hoort:
Herinner je die foto nog? (uitgesloten)
Herinner je je die foto nog?