PARAGRAAF 3.1 : GELIJKVORMIGHEID
LES 1 SNAVEL- EN ZANDLOPERFIGUREN
DEFINITIE GELIJKVORMIGHEID
• Twee driehoeken zijn gelijkvormig als twee hoeken gelijk zijn.
• Notatie : △ 𝐴𝐴𝐴𝐴𝐴𝐴 ∝ △ 𝑃𝑃𝑃𝑃𝑃𝑃
• D.w.z. dat ∠𝐴𝐴 = ∠𝑃𝑃 ; ∠𝐵𝐵 = ∠𝑄𝑄 ; ∠𝐶𝐶 = ∠𝑅𝑅. (Dus let op de volgorde !!!)
• Om zijden te berekenen maak je een gelijkvormigheidsschema :
AB = … AC = … BC = …
PQ = … PR = … QR = …
DEFINITIES SNAVEL EN ZANDLOPER
• F-hoeken en Z-hoeken
• Je kunt deze figuren alleen gebruiken in de figuur twee
lijnen evenwijdig lopen
(1) Snavel (2) Zandloper
, Hoofdstuk 3 Meetkunde (H4 Wis B) Pagina 2 van 12
VOORBEELD 1
Vierhoek ABCD is een paralellogram. Bereken CD. D ? C
5
OPLOSSING 1
3
A F B
(1) ∆ ECD ~ ∆EFA
(2) 4
∆ECD EC = X CD = ? ED = 9 E
∆EFA EF = X FA = 3 EA = 4
3∙9 3
(3) CD = =6
4 4
VOORBEELD 2
Zie de snavelfiguur. Bereken AC.
OPLOSSING 2 E
<
D
Als het gevraagde lijnstuk niet te berekenen 3
is, noem deze dan x 11
C
(1) ∆ ABC ~ ∆DEC ? 7
(2)
<
A B
∆ABC AB = x BC = 7 AC = ?
∆DEC DE = x EC = 3 DC =
Stel 𝐴𝐴𝐴𝐴 = 𝑥𝑥, dan is 𝐷𝐷𝐷𝐷 = 11 – 𝑥𝑥
(3) 7(11 – 𝑥𝑥) = 3𝑥𝑥
77 – 7𝑥𝑥 = 3𝑥𝑥
– 10𝑥𝑥 = – 77
𝑥𝑥 = 7,7