Zinsontleding en samengestelde zinnen...................................................................................................... 3
Werkwoordspelling 1/2................................................................................................................................ 6
Werkwoordspelling 2/2.............................................................................................................................. 10
Samenstellingen en afleidingen................................................................................................................. 16
Interpunctie en hoofdletters...................................................................................................................... 20
, Zinsontleding en samengestelde zinnen
Lesdoelen:
Weten hoe je..:
Hoe je zinnen moet ontleden.
Wat een samengestelde zin is en hoe je deze herkent.
Redekundig ontleden
Redekundig ontleden is het verdelen van zinnen in zinsdelen:
Je benoemd elk gedeelte van een zin:
Persoonsvorm
Gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Meewerkend voorwerp
(bijwoordelijke bepaling)
*In de toets komt het niet apart van bod, maar je hebt dit bij de andere onderwerpen nodig.
Werkwoordspelling, correct gebruik persoonlijk voornaamwoorden en verwijzingen, correcte
zinsbouw.
PERSOONSVORM
Werkwoord dat van tijd kan veranderen
Een persoonsvorm is altijd een WW
De zin vragend maken, zorgt ervoor dat het WW als eerst in de zin komt te staan.
De persoonsvorm kan van tijd veranderen
De persoonsvorm kan van getal veranderd.
Gezegde
PV + werkwoorden (+soms naamwoorden)
Alle WW in de zin!
Het gezegde zegt iets over wat het onderwerp doet
Het naamwoordelijk deel, zegt iets over het onderwerp.
Koppelwerkwoorden”: zijn, worden, blijven, blijken, lijken en schijnen
Onderwerp
Wie/wat + gezegde?
Wie doet iets in de zin