[B1] Zelfstandige naamwoorden kunnen telbaar (countable) of ontelbaar (uncountable) zijn. Telbare
woorden hebben een enkelvoud en een meervoud (je kunt ze letterlijk tellen: one house, two
houses). Ontelbare woorden hebben alleen óf een enkelvoud óf een meervoud.
Let op: veel woorden zijn zowel in het Nederlands als in het Engels telbaar of ontelbaar en enkelvoud
of juist meervoud, maar er zijn ook veel verschillen!
Hier volgen enkele voorbeelden van de verschillende categorieën zelfstandige naamwoorden:
Telbaar Ontelbaar, altijd enkelvoud: Ontelbaar, altijd meervoud:
house water barracks
dog oxygen clothes
car traffic customs
computer equipment groceries
book luggage stairs
garden salt surroundings
city weather savings
Ontelbare woorden die altijd in het enkelvoud staan, zijn bijvoorbeeld de namen van materialen,
vloeistoffen, abstracte eigenschappen en verzamelingen. Deze woorden kun je vaak wel ‘telbaar’
maken door a piece of of een soortgelijke uitdrukking toe te voegen. Ook met woorden
als little, much, a lot of, enough of plenty of (zie Determiners: quantity) kun je aangeven om hoeveel
het ongeveer gaat.
a piece of work, equipment, information, advice
a litre, a drop, a glass of water, wine
a flash of lightning, brilliance
a grain of salt, sand
two items of / pieces of luggage
Can I borrow some money?
There is plenty of ice cream left in the freezer.
Sommige ontelbare woorden staan altijd in het meervoud. Als je bij deze woorden wilt aangeven om
hoeveel het ongeveer gaat, gebruik je woorden als few, many, a lot of, enough of plenty
of (zie Determiners: quantity).