Personal pronouns B1 B2 C1
[B1] Persoonlijke voornaamwoorden kunnen voorkomen als onderwerp van de zin maar ook
als meewerkend of lijdend voorwerp.
onderwerp lijdend / meewerkend voorwerp
ik I mij me
jij/u you jou/u you
hij he hem him
zij she haar her
het it het it
wij we ons us
jullie/u you jullie/u you
zij they hen them
He does not like his new supervisor.
You always complain when the instruments are in the wrong place.
I saw them talking on the second floor.
We will wait for him to finish the presentation.
Het persoonlijk voornaamwoord it kan tijdelijk de plaats van een ander zinsdeel innemen. Zo wordt
iets geïntroduceerd wat later in de zin staat. In het Nederlands heeft ‘het’ vaak dezelfde functie.
It is inconvenient to do your paperwork on Friday evening. (Het is onhandig om ... )
It can be good to switch jobs once in a while. (Het kan goed zijn om ...)
The competition makes it difficult to sell our product to the consumers. (De concurrentie maakt het
moeilijk om ...)
[B2] It komt ook voor in combinatie met de werkwoorden appear, feel, look en seem. ‘Het’ is dan een
zogenaamd ‘leeg onderwerp’ dat gebruikt wordt om een zin grammaticaal kloppend te maken. Een
‘leeg onderwerp’ heeft zelf geen betekenis.
It looks like it is going to rain tomorrow. (Het ziet ernaar uit dat ...)
It seems Hannah got her promotion after all. (Het lijkt erop dat ...)
Om een persoon in het algemeen aan te geven kun je het persoonlijk
voornaamwoord you, one, we of us gebruiken. One is formeler dan you.
You should knock before entering the GP’s office.
One might call that last business plan a success.
[B1] Persoonlijke voornaamwoorden kunnen voorkomen als onderwerp van de zin maar ook
als meewerkend of lijdend voorwerp.
onderwerp lijdend / meewerkend voorwerp
ik I mij me
jij/u you jou/u you
hij he hem him
zij she haar her
het it het it
wij we ons us
jullie/u you jullie/u you
zij they hen them
He does not like his new supervisor.
You always complain when the instruments are in the wrong place.
I saw them talking on the second floor.
We will wait for him to finish the presentation.
Het persoonlijk voornaamwoord it kan tijdelijk de plaats van een ander zinsdeel innemen. Zo wordt
iets geïntroduceerd wat later in de zin staat. In het Nederlands heeft ‘het’ vaak dezelfde functie.
It is inconvenient to do your paperwork on Friday evening. (Het is onhandig om ... )
It can be good to switch jobs once in a while. (Het kan goed zijn om ...)
The competition makes it difficult to sell our product to the consumers. (De concurrentie maakt het
moeilijk om ...)
[B2] It komt ook voor in combinatie met de werkwoorden appear, feel, look en seem. ‘Het’ is dan een
zogenaamd ‘leeg onderwerp’ dat gebruikt wordt om een zin grammaticaal kloppend te maken. Een
‘leeg onderwerp’ heeft zelf geen betekenis.
It looks like it is going to rain tomorrow. (Het ziet ernaar uit dat ...)
It seems Hannah got her promotion after all. (Het lijkt erop dat ...)
Om een persoon in het algemeen aan te geven kun je het persoonlijk
voornaamwoord you, one, we of us gebruiken. One is formeler dan you.
You should knock before entering the GP’s office.
One might call that last business plan a success.