De nieren spelen een belangrijke rol in het constant houden van het inwendig milieu.
Daarvoor verwijderen de nieren, in samenwerking met andere uitscheidingsorganen (longen,
huid, lever en zweetklieren), bepaalde stoffen uit het bloed.
De nieren hebben de volgende deelfuncties:
Regeling van de vochtbalans
Langetermijnregulatie van de bloeddruk
Regeling van de mineraalhuishouding
Regeling van de pH
Uitscheiding van stofwisselingsproducten (ureum en urinezuur)
Uitscheiding van lichaamsvreemde stoffen (medicijnen etc.)
De door de nieren gevormde urine wordt door de urineleiders (ureters) naar de blaas
gevoerd. Van hieruit wordt de urine door urinebuis (urethra) naar buiten afgevoerd.
De nieren liggen achter het buikvlies (retroperitoneaal) in de lendenstreek. De linkernier ligt
tegen het middenrif aan en de rechternier ligt iets lager. Dit komt omdat de rechternier door
de lever naar onder wordt gedrukt. De nieren liggen kortgesloten tussen de aorta, vena cava
inferior, de nierslagader en de nierader. Door de ligging kan de totale bloeddoorstroming per
etmaal van 1700 liter worden bereikt. Hierdoor kunnen de nieren hun filterwerking optimaal
vervullen.
De nieren zijn in staat om zeer geconcentreerde en zeer verdunde urine te produceren.
Hierdoor zijn de nieren in staat de osmotische waarde van het inwendige milieu constant te
houden.
De macroscopische bouw van de nieren
Lengte: 12 cm
Breedte: 7 cm
Dikte: 3 cm
Gewicht: 150 gr
De buitenkant van de nier bestaat uit een glad bruin kapsel waaromheen een vetkapsel ligt
dat door heen bindweefselblad naar boven en opzij wordt afgesloten. Dit vet doet dienst als
steun en vangt trillingen op.
Van buiten naar binnen is dit de doorsnede van de nier:
Nierschors: deze vrij smalle laag heeft een gespikkeld uiterlijk door de talrijke
nierlichaampjes (lichaampjes van Malpighi)
Niermerg: dit gedeelte heeft een streperig aspect door de talrijke ‘’lissen van Henle’’
en de verzamelbuizen. Het merg bestaat uit een aantal piramiden, die met hun
papillen (waarop de verzamelbuizen uitmonden) uitsteken in de kelken van het
nierbekken. Tussen de piramiden liggen gebieden die aanvankelijk tot de nierschors
behoorden.