3.1 De rechterlijke macht
De inrichting van de rechterlijke macht
Er zijn 3 verschillende soorten gerechten (art 2 Wet RO):
1. De rechtbanken (art 42 t/m 45 Wet RO);
Civielrecht
Kantonrecht
De enkelvoudige kamers zijn voor de behandeling van kantonzaken (bij de kantonrechter) (art 47 Wet
RO). De overige rechtbankzaken worden in beginsel ook door enkelvoudige kamer behandeld en beslis
(unus iudex), maar deze enkelvoudige kamer kan de zaak ook verwijzen naar de meervoudige kamer, als
zij zich niet leent om door een enkele rechter te worden beslist (art 15 Rv).
Een meervoudige kamer bestaat uit 3 rechters.
2. De gerechtshoven (art 60 Wet RO);
= in hoger beroep gaan
Appelzaken worden door een meervoudige kamer van het hof beslist, maar enkelvoudig besliste zaken op
het terrein van personen- en familierecht kunnen, als zij daarvoor geschikt worden geacht, naar een
enkelvoudige kamer worden verwezen (art 16 Rv).
3. De Hoge Raad (art 78 Wet RO).
= in cassatie gaan
Bij de Hoge Raad worden zaken behandeld en beslist door 5 leden van de meervoudige kamer, tenzij de
behandeling door 3 leden van die kamer voldoende wordt geacht (art 17 Rv).
De rechters in de hoven en de Hoge Raad heten raadsheren.
Benoeming van de leden van de rechterlijke macht
De benoeming van de leden van de rechterlijke macht geschiedt bij Koninklijk Besluit op basis van
aanbevelingen opgesteld door het desbetreffende rechterlijke college. Een bijzondere procedure moet
worden gevolgd bij de benoeming van een lid van de Hoge Raad. Deze benoeming vindt plaats door de
Koning uit een voordracht van 3 personen, opgemaakt door de Tweede Kamer (art 118 Gw). De Tweede
Kamer stelt de voordracht samen op grond van een aanbevelingslijst, die door de Hoge Raad wordt
opgemaakt en 6 kandidaten bevat.
De organisatie van de gerechten
Binnen rechtbanken kunnen ten hoogste 5 organisatorische eenheden worden ingesteld. Binnen de hoven
ten hoogste 4 (sectoren).
Bij de rechtbanken zullen er ten minste sectoren voor bestuursrecht, civiel recht en strafrecht zijn.
Het voor bepaalde tijd benoemde bestuur van het gerecht bestaat uit 3 leden, waarvan 2 rechters. de
voorzitter draagt de titel president (art 15 RO). Dit bestuur is belast met de algemene leiding, de
organisatie en de bedrijfsvoering van het gerecht (automatisering, begroting, huisvesting,
personeelsaangelegenheden etc.). Daarmee heeft het bestuur de verantwoordelijkheid voor de eigen
bedrijfsvoering overgenomen van het Ministerie van Justitie. Het bestuur heeft tot taak om binnen het
gerecht de juridische kwaliteit en de uniforme rechtstoepassing te bevorderen.