Woordenlijstje
Noun = zelfstandig naamwoord
Verb = werkwoord
Adjective = bijvoegelijk naamwoord
Adverb = bijwoord
Article = lidwoord
Subject = onderwerp
Object = lijdend voorwerp
Vowel = klinker
Consonant = medeklinker
Pronoun = voornaamwoord
Werkwoord tijden
Simple Continuous
Present Feiten/gewoontes Iets gebeurt nu ‘aan het..’
Hele ww + shitregel To be + ww+ing
Signaalwoorden: always, often, Signaalwoorden: at the moment.
somtimes, usually Chantal is sleeping.
John loves carrots.
Past Wanneer t afgesloten is Was aan t doen
Ww + ed of 2e rijtje Was/were + ww+ing
Signaalwoorden: yesterday, last year, Signaalwoorden: yesterday at 10:30,
last week, when I was young while
Anna went to school in London. George was playing soccer when his
father called him.
Present Is begonnen en nu nog zo Is begonnen en nu nog zo. De
perfect Have/has + volt. dw (3e rij) handeling is belangrijk, niet het
Signaalwoorden: for, since resultaat
I have lived in Ulft since I was little Have/has been + ww+ing
I have been working.
Past perfect Is begonnen en afgelopen. Iets was al Iets was in het verleden bezig toen
gebeurd vóór een ander moment in er iets anders gebeurde.
het verleden.
Had + volt. dw (3e rij) Had been + ww+ing
Signaalwoorden: for, since I had been working.
I told Jim that I had lost my key.
In 2010, we had lived here fort wo
years.
Present future Om een te zeggen dat iets in de Om aan te geven dat iets in de
toekomst (waarschijnlijk) zal toekomst een tijdje zal duren
gebeuren. Will + be + ww+ing
Will/shall Tonight at 8 o’clock I will be
I will work. watching the news
Noun = zelfstandig naamwoord
Verb = werkwoord
Adjective = bijvoegelijk naamwoord
Adverb = bijwoord
Article = lidwoord
Subject = onderwerp
Object = lijdend voorwerp
Vowel = klinker
Consonant = medeklinker
Pronoun = voornaamwoord
Werkwoord tijden
Simple Continuous
Present Feiten/gewoontes Iets gebeurt nu ‘aan het..’
Hele ww + shitregel To be + ww+ing
Signaalwoorden: always, often, Signaalwoorden: at the moment.
somtimes, usually Chantal is sleeping.
John loves carrots.
Past Wanneer t afgesloten is Was aan t doen
Ww + ed of 2e rijtje Was/were + ww+ing
Signaalwoorden: yesterday, last year, Signaalwoorden: yesterday at 10:30,
last week, when I was young while
Anna went to school in London. George was playing soccer when his
father called him.
Present Is begonnen en nu nog zo Is begonnen en nu nog zo. De
perfect Have/has + volt. dw (3e rij) handeling is belangrijk, niet het
Signaalwoorden: for, since resultaat
I have lived in Ulft since I was little Have/has been + ww+ing
I have been working.
Past perfect Is begonnen en afgelopen. Iets was al Iets was in het verleden bezig toen
gebeurd vóór een ander moment in er iets anders gebeurde.
het verleden.
Had + volt. dw (3e rij) Had been + ww+ing
Signaalwoorden: for, since I had been working.
I told Jim that I had lost my key.
In 2010, we had lived here fort wo
years.
Present future Om een te zeggen dat iets in de Om aan te geven dat iets in de
toekomst (waarschijnlijk) zal toekomst een tijdje zal duren
gebeuren. Will + be + ww+ing
Will/shall Tonight at 8 o’clock I will be
I will work. watching the news