Benodigdheden voor het oogonderzoek
- Penlamp: gebruik je om het voorste oogsegment en de pupilreflex te beoordelen.
- Spleetlamp: gebruik je om optische vlakken te maken door het voorste oogsegment, waardoor je de positie en
begrenzingen van structuren in het voorste oogsegment kan beoordelen.
- Blauwfilter: kobaltblauw licht veroorzaakt extra fluorescentie van de cornea na aankleuring met fluoresceïne, om
beschadigingen van de cornea beter in beeld te brengen.
- Ophtalmoscoop: om de fundus in beeld te brengen. Directe ophtalmoscoop dient tevens als spleetlamp en
keratoscoop om de kromming v/d cornea te beoordelen, en het bevat een blauwfilter.
- Fixatiepincet: om de conjunctivae te beoordelen inclusief de membrana nictitans.
- Schirmer Tear Test: steriel verpakte gestandaardiseerde strookjes filtreerpapier ter beoordeling van de hoeveelheid
waterige fractie van de traanfilm.
- Kweekbuis: gebruik je voor afname van monsters voor bacterie/virus/schimmelkweek van bijv conjunctiva/cornea.
- Oogspatel/Cytobrush®: voor afname van materiaal voor cytologisch of microbiologisch onderzoek.
- Oogcurette: voor afname van materiaal voor cytologisch/microbiologisch onderzoek. Gebruik je ook voor de
behandeling van niet helende, oppervlakkige ulceraties v/d cornea (indolente ulcera) of curetteren van bijv. een
chalazion.
- Fluoresceïne: gebruik je voor aankleuren van corneadefecten, en als kleurstof om passage van vloeistof door het
traanapparaat mee te beoordelen.
- Mydriaticum: tropicamide 0,5% veroorzaakt pupilverwijding (mydriasis) om het achterste oogsegment beter te
kunnen beoordelen.
- Lokaal anestheticum: lidocaïne 4% en tetracaïne 0,5% veroorzaken kortdurende verdoving van conjunctiva en
cornea, waardoor lokale inspectie v/d conjunctiva of kleine ingrepen mogelijk worden.
Volgorde van het oogonderzoek
Over het algemeen van buiten naar binnen en
van oppervlakkig naar diep, maar er zijn 2
uitzonderingen. Volgorde is:
1. Voorbereiding
2. Kop en schedel
3. Orbitaalstreek
4. Traanfilm en traanproductie
5. Oogafscheiding
6. Oogleden
7. Conjunctiva
8. Bulbus
9. Sclera, cornea en traanafvoersysteem
De rest voer je uit in een verduisterde ruimte:
10. Cornea
11. Voorste oogkamer
12. Iris en pupil
13. Achterste ogkamer
14. Lens
15. Corpus vitreum
16. Fundus
17. Visus
Uitgebreide beschrijving van elk onderdeel:
Voorbereiding
- Signalement: diersoort, raspredisposities
- Anamnese
- Algemene indruk: loopt het dier ergens tegenaan, sloomheid
- Algemeen onderzoek: alleen als aanwijzingen zijn voor systemische aandoening