Nieren & Urinewegen – Ziekteleer
9.1 Inleiding
De nieren zijn nodig voor het handhaven v/d homeostase. De functionele eenheid is het nefron, bestaande uit een
glomerulus (selectieve filtratie) en een tubulussysteem (reabsorptie en secretie, zorgt voor in stand houden van
zuur-basenevewicht en water- en elektrolytenbalans). Bij vogels dragen de tubuli ook bij aan klaring van
stikstofmetabolieten. De nier is ook een endocrien doelwitorgaan (aldosteron, PTH, ADH) en producent (renine, EPO,
dihydroxycholecalciferol). Een nieraandoening kan dan ook een metabole afwijking geven.
De urinewegen bestaat uit:
Nierbekken = pyelum
Urineleiders = ureters
Urineblaas = vesica urinaria
Urinebuis = urethra
Ze zorgen voor afvoer v/d urine. Urinelozing noem je mictie. Vogels en reptielen hebben geen nierbekken, en de
ureters monden uit in de cloaca. Schildpadden + hagedissen hebben wel een blaas, andere reptielen en vogels niet.
Bij hen dient de cloaca als blaas (hier kan ook water en Na+ worden teruggeresorbeerd).
Aandoeningen v/d lagere urinewegen (blaas + urethra) incontinentie of afwijkende mictiepatronen (dysurie), zoals
bijv. vaker kleine beetjes plassen (pollakisurie) of pijnlijke mictie (strangurie).
9.2 Nieren
9.2.1 Renale disfunctie (nierfalen)
Er zijn veel verschillende oorzaken voor een verminderde functie v/d nieren. Andere orgaansystemen kunnen ook
invloed hebben op de nierfunctie (= extrarenale oorzaak). Je kan deze verdelen in prerenaal (systemisch = in het
bloed) of postrenaal (= problemen in afvoerende urinewegen).
Extrarenale oorzaken
Het is zinvol in een vroeg stadium extrarenale oorzaken veel aandacht te geven, want die hebben een uitstekende
prognose wanneer ze adequaat worden herkend. Er is dan een goede kans op restloos herstel, zelfs bij ernstige
afwijkende nierfunctie!
Urineproductie
Het concentrerende vermogen berust op 2 pijlers:
Doorlaatbaarheid v/d tubulaire wand
Osmotische gradiënt tussen tubulair lumen en omringende (hypertone) merg
Aandoeningen van deze structuren beïnvloeden het concentrerend vermogen, maar ook aandoeningen buiten de nier
kunnen dit doen. Ze veroorzaken hiermee PU/PD. Bij reptielen en vogels zit het probleem vaak in de cloaca/einddarm.
Klarend vermogen
De glomerulaire filtratie hangt af v/d glomerulaire membraan maar wordt erg beïnvloed door de filtratiedruk die
hierover wordt opgebouwd. Deze bestaat uit renale componenten (bijv. hydrostatische druk in kapsel van Bowman) en
componenten in bijv. het bloed. Bij hypotensie zal de prerenale nierfunctie dus verminderd zijn. Ook bij
afvoerproblemen zoals urethraobstructie of blaasruptuur zal er een ernstig verminderde nierfunctie zijn, maar dan
postrenaal.
Secundaire veranderingen
Een patiënt met verminderde nierfunctie zal moeite hebben met het behouden van de vochtbalans meer risico op
hypovolemie complicaties. Je kan dus in afwachting van uitslagen al symptomatisch behandelen met geforceerde
(re)hydratie. Door het effect te beoordelen krijg je een goede indruk van de prerenale component v/d disfunctie.
Verschijnselen van renale disfunctie
De belangrijkste symptomencomplexen bij renale disfunctie zijn:
Polyurie/polydipsie door verminderd concentrerend vermogen
PU/PD zal je bij GD eerder opmerken dan bij LH. Bij vogels zie je vaak alleen een natte bodembedekking of
afwijkende water-voerratio of uraatkapje op de ontlasing. Goede anamnese afnemen dus!
1