1. KUNNEN RECHTSPERSONEN (ALS DADER) STRAFRECHTELIJK WORDEN VERVOLGD? (10.2)
Eerst moet het daderschap van rechtspersonen moet worden vastgesteld. Eerst hadden het
fysieke daderschap, nu kennen we het functionele daderschap, welke inhoudt Een ander
dan degene die fysiek handelt als dader geldt op grond van zijn maatschappelijke functie.
In het algemeen kan men zeggen dat een ondernemer, werkgever degenen zijn die d.m.v. hun
personeel maatschappelijk ‘optreden’. Ze hebben namelijk een zorgplicht en zij zijn dan ook
te beschouwen als degenen tot wie de strafbepaling zich (mede) richten.
Art. 51 Sr rechtspersoon.
HR ontwikkelde criterium (in IJzerdraad):
De eigenaar kan niet aansprakelijk worden gesteld voor handelingen die bij het verlenen van
volmachten en bij delegatie van de bevoegdheden niet kunnen worden voorzien, alsmede
handelingen ten aanzien waarvan hij feitelijk in de onmogelijkheid verkeert om ze te
verhinderen.
- Beschikkingscriterium
- Aanvaardingscriterium
Deze criteria werd verbreed in het volgende arrest:
HR 21 OKTOBER 2003, NJ 2006, 328 (DRIJFMEST TE GROOTE KEETEN)
Casus: Het ging om het daderschap van een rechtspersoon met betrekking tot het feit dat op landerijen,
waarover deze rechtspersoon in opdracht van de eigenares van de grond het beheer voerde, mest was
uitgereden in strijd met de geldende voorschriften. De rechtspersoon beriep zich erop dat zij niet kon
zeggen wie de mest op de betreffende landerijen had gebruikt, omdat zij dat niet wist en aan niemand
daartoe toestemming had gegeven.
Hof overwoog dat het rechtens tot de taak van een beheerster van de landerijen behoort ervoor te
waken dat die landerijen worden beheerd overeenkomstig de wettelijke voorschriften en dat daaronder
de verplichting valt er op te letten dat derden haar landerijen niet voor een ander doel aanwenden dan
waartoe het beheer zich uitstrekt. Naar het oordeel van het Hof was het niet aannemelijk geworden dat
de verdachte alle maatregelen had genomen om te verhinderen dat derden haar landerijen konden
gebruiken om zich van hun mestvoorraden te ontdoen. Van controlemaatregelen en van (intensieve)
inspectie was niet gebleken.
HR vernietigde arrest van Hof:
Blijkens de wetsgeschiedenis kan een rechtspersoon (in de zin van art. 51 Sr) worden aangemerkt als
dader van een strafbaar feit indien de desbetreffende gedraging redelijkerwijs aan hem kan worden
toegerekend. (…)
Vervolgens rijst de vraag wanneer een (verboden) gedraging in redelijkheid aan een rechtspersoon kan
worden toegerekend. Het antwoord op die vraag is afhankelijk van de concrete omstandigheden van
het geval, waartoe mede behoort de aard van de (verboden) gedraging. Een algemene regel laat zich
dus bezwaarlijk formuleren. Een belangrijk oriëntatiepunt bij de toerekening is nochtans of de
gedraging heeft plaatsgevonden dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon. Een dergelijke
gedraging kan in beginsel worden toegerekend aan de rechtspersoon.
Van een gedraging in de sfeer van de rechtspersoon zal sprake kunnen zijn indien zich een of meer van
de navolgende omstandigheden voordoen:
Literatuur:
- Kelk: H10
- Mevis:
1 Jurisprudentie: Drijfmest, Pikmeer II, Slavenburg II, Feitelijk leidinggevende