Hoofdstuk 2 begrippen en zelfpeiling bij deel 1
2.1
Om goed reken-wiskundeonderwijs te kunnen geven is het nodig dat je als leraar vooral over
de volgende vaardigheden, inzichten en houdingen beschikt
- Herkennen van wiskunde in zoel eigen omgeving als die van kinderen
- Gericht zijn op oplossingsprocessen bij het laten oplossen van reken-
wiskundeproblemen, onder andere door te reflecteren op eigen en andermans
oplossingen. Oplossingen van kinderen kunnen volgen en zien of ze correct zijn
- Inspelen op het wiskundig denken van de leerlingen, door te anticiperen op hun
denkprocessen en hen te stimuleren tot niveauverhoging
Direct en flexibel kunnen inspelen op vragen van kinderen vraagt een grote mate van
professionele gecijferdheid
2.2
Strategie manier van aanpakken
Distributieve en commutatieve eigenschap eigenschappen van de bewerking
vermenigvuldigen (x)
Automatiseren, memoriseren 7x2 heeft een kind geautomatiseerd als het manieren kent
om het antwoord vlot te kunnen berekenen. Gaande weg weten ze het antwoord meteen uit
het hoofd vanaf dat moment waren ze gemoriseerd
Observeren goed registratie van opvallende gebeurtenissen in leerprocessen
Distributieve eigenschap verdeeleigenschap
Hoofdstuk 5 een interactieve instructie over delen
5.1
Procedurele kennis het gaat dus niet alleen om het goede antwoord, maar ooral om de
verschillende strategieën die je kunt gebruiken
Formeel niveau geen context
5.2
Reflecteren het beschouwen van het eigen handelen met de bedoeling hiervan te leren
voor toekomstige situaties
5.3
Concrete niveau gebruik maken van concreet materiaal
Schematische niveau gebruik maken van een schematische vorstelling van de situatie of
van een model dat goed bij de situatie past
Formele niveau gebruik maken van reken feiten (60:10=6) en rekeneigenschappen
(bijvoorbeeld commutatieve eigenschap) en getal relaties (60 is dubbele van 30) zonder
gebruik te maken van een model of een context
De leerlijn begint op concreet niveau. Contexten en verschillende materialen worden ingezet
om de leerling te helpen zich een passende voorstelling bij het wiskundige probleem te
maken
Het schematische oplossingsniveau is herkenbaar aan het gebruik van modellen, zoals de
getallenlijn, de strook of de verhoudingstabel
Met het formele niveau wordt de leerlijn afgesloten. Bij het vermenigvuldigen zie je dit terug
in de laatste fase van de leergang waarbij het gaat om het automatiseren van de tafels. Vaak
wordt s op de middelbare school op formeel niveau met breuken gerekend