Anatomie in vivo – jaar 1, blok A en B
Structuur
Bovenbeen
tractus iliotibialis Palpatie
- Uitgangshouding: zit, flexie knie.
- Peesplaat, plaatselijke versteviging van onderhuids bindweefsel van het bovenbeen;
fascia lata.
- Achterrand is beter palpabel in zit (zittend op puntje van de stoel op de
zitbeenknobbels) met gebogen knie.
- Dorsale rand is dan aan de laterale zijde van been zichtbaar.
trigonum femorale Palpatie
- Uitgangshouding: kleermakerszit.
- Begrenzing door: ligamentum inguinale (craniomediaal), m. sartorius (laterodistaal), m.
adductor longus (mediaal).
- Palpeer m. sartorius.
- Palpeer trigonum inguinale (liesband, SIAS tuberculum pubicum).
- Palpeer m. adductor longus.
Knie
lig. patellae Palpatie
- Ligament loopt van patella naar tuberostitas tibiae, als voortzetting van insertiepees
van m. quadriceps femoris.
- Palpeer ligament aan weerszijden.
lig. collaterale fibulare Palpatie
- Uitgangshouding: varrusstand; passieve adductie van onderbeen (enkel op ander been
leggen en knie langzaam naar buiten laten zakken).
- Ligament ligt lateraal en loopt van epicondylus lateralis femoris naar caput fibulae.
Palpabel ter hoogte van gewrichtsspleet als ronde streng.
- Palpeer lateraal ter hoogte van gewrichtsspleet.
lig. collaterale tibiale Palpatie
- Uitgangshouding: valgusstand; passieve abductie van onderbeen.
- Ligament ligt mediaal en loopt van epicondylus medialis femoris naar condylus
medialis tibiae. Palpabel ter hoogte van de gewrichtsspleet als brede, platte streng.
- Palpeer mediaal ter hoogte van gewrichtsspleet.