Handboek van leraren H3
Het onderwijsproces in fasen
Als docent heb je primair de taak leerlingen te laten leren. Dat kan op veel
verschillende manieren. Voordat je als docent je les gaat inrichten, bepaal je het doel
of de doelen. Daarnaast beslis je hoe je wilt toetsen of de doelen zijn behaald. Tot
slot bekijk je hoe je de les wilt inrichten om te zorgen dat de leerlingen deze doelen
kunnen behandelen. Leerdoelen, leeractiviteiten en toetsing moeten immers op
elkaar zijn afgestemd.
Onderwijsregelkring
Wat de beoogde afstemming (constructieve alignment) precies moet inhouden,
wordt duidelijk aan de hand van de onderwijsregelkring.
In de afbeelding zie je alle elementen die
van belang zijn bij het verzorgen van
onderwijs.
- Te realiseren doelen -> elk
onderwijsproces start met het
vaststellen van de leerdoelen die
door de leerling bereikt moeten
worden. Om betrokkenheid van
leerlingen bij het leerdoel te
vergroten, is het van belang de
lesdoelen zo helder en betekenisvol
mogelijk te laten zijn voor de
leerlingen.
- Instructieselectie -> de docent stelt
vast hoe de leerling de leerdoelen
het best kan bereiken. Het gaat om
de analyse van de beginsituatie van
de leerling. De docent vindt het nuttig
om een instructie meerdere keren te
herhalen om te voorkomen dat
leerlingen tot foute uitwerkingen komen, of de docent bedenkt een voorbeeld
wat heel verhelderend is.
- Leerproces -> het leerproces komt tot uitdrukking in datgene wat de leerling
uiteindelijk beheerst: het leerproduct. Het leerproduct kan betrekking hebben
op kennis, houding, motivatie, begrip of competentie van een leerling. De pijl
‘invloed van buiten’ geeft aan dat het leerproduct mogelijk niet of niet alleen is
bereikt dankzij de werkvormen in de klas, maar (ook) via andere
schoolvakken, op stage, thuis etc.
- Evaluatie -> het leerdoel kun je meten met een toets of evaluatie. De docent
kan vaststellen of de werkvorm gewerkt heeft of niet.
Het onderwijsproces in fasen
Als docent heb je primair de taak leerlingen te laten leren. Dat kan op veel
verschillende manieren. Voordat je als docent je les gaat inrichten, bepaal je het doel
of de doelen. Daarnaast beslis je hoe je wilt toetsen of de doelen zijn behaald. Tot
slot bekijk je hoe je de les wilt inrichten om te zorgen dat de leerlingen deze doelen
kunnen behandelen. Leerdoelen, leeractiviteiten en toetsing moeten immers op
elkaar zijn afgestemd.
Onderwijsregelkring
Wat de beoogde afstemming (constructieve alignment) precies moet inhouden,
wordt duidelijk aan de hand van de onderwijsregelkring.
In de afbeelding zie je alle elementen die
van belang zijn bij het verzorgen van
onderwijs.
- Te realiseren doelen -> elk
onderwijsproces start met het
vaststellen van de leerdoelen die
door de leerling bereikt moeten
worden. Om betrokkenheid van
leerlingen bij het leerdoel te
vergroten, is het van belang de
lesdoelen zo helder en betekenisvol
mogelijk te laten zijn voor de
leerlingen.
- Instructieselectie -> de docent stelt
vast hoe de leerling de leerdoelen
het best kan bereiken. Het gaat om
de analyse van de beginsituatie van
de leerling. De docent vindt het nuttig
om een instructie meerdere keren te
herhalen om te voorkomen dat
leerlingen tot foute uitwerkingen komen, of de docent bedenkt een voorbeeld
wat heel verhelderend is.
- Leerproces -> het leerproces komt tot uitdrukking in datgene wat de leerling
uiteindelijk beheerst: het leerproduct. Het leerproduct kan betrekking hebben
op kennis, houding, motivatie, begrip of competentie van een leerling. De pijl
‘invloed van buiten’ geeft aan dat het leerproduct mogelijk niet of niet alleen is
bereikt dankzij de werkvormen in de klas, maar (ook) via andere
schoolvakken, op stage, thuis etc.
- Evaluatie -> het leerdoel kun je meten met een toets of evaluatie. De docent
kan vaststellen of de werkvorm gewerkt heeft of niet.