Samenvatting H6: Voortplanting en erfelijkheid
2 soorten voortplanting
- Ongeslachtelijke voortplanting -> deel van een organisme splitst af en
groeit uit tot een nieuw organisme
- Geslachtelijke voortplanting -> geslachtscellen (eicel en zaadcel)
versmelten met elkaar waardoor een bevruchte eicel (zygote) ontstaat. Deze
groeit uit tot een nieuw organisme
Ongeslachtelijke voortplanting
Planten:
- Kunstmatig (door mens)
- Natuurlijk (uitlopers, bollen, knollen en wortelstokken)
- Celdeling
Dieren:
- Deling (eencellige)
- Knopvorming (holtedieren)
Geslachtelijke voortplanting
- Inwendige bevruchting -> bevruchting binnen het moederlichaam
(zoogdieren, reptielen en vogels)
- Uitwendige bevruchting -> bevruchting buiten het moederlichaam (amfibieën
en vissen) Bv. Een vrouwtjesvis schiet haar kuit (eicellen) in het water en een
mannetjesvis spuit zijn hom (zaadcellen) er overheen.
Embryo -> jong dier in het begin van de ontwikkeling. Bij zoogdieren is het embryo
met de navelstreng en placenta verbonden met de moeder.
Navelstreng -> bij zoogdieren. In de navelstreng lopen bloedvaten. Hierdoor worden
voedingsstoffen en zuurstof aangevoerd en afvalstoffen afgevoerd.
Placenta (moederkoek) -> hier worden de stoffen van moeder en jong (kind)
uitgewisseld en is een bloedrijk orgaan.
Levenscyclus -> stadia die een individu doorloopt vanaf de bevruchting tot
volwassenheid
Eenslachtig -> 1 geslacht (man of vrouw)
, Tweeslachtig -> 2 geslachten (man en vrouw) -> maakt beiden gameten aan
(eicellen en zaadcellen) Ook wel hermafrodiet genoemd.
De mens is eenslachtig:
- man -> zaadcellen -> in teelballen
- vrouw -> eicellen -> in eierstokken
Vrouwen hebben een cyclus -> elke 28 dagen is een eicelrijp.
Geslachtsrijp -> wanneer een organisme op een leeftijd komt om zich voort te
kunnen planten. Er worden voor het eerst eicellen of zaadcellen aangemaakt.
Geslachtsorganen vrouw:
- eierstokken (ovaria) -> hier vindt e productie plaats van rijpe eicellen en
hormonen. Reeds voor de geboorte zijn de toekomstige eicellen gevormd
- eileiders met trechter -> voor het opvangen en transport van rijpe eicel
- baarmoeder (uterus) -> zorgt voor het opvangen (innestelen) en laten
groeien van een bevruchte eicel. De baarmoeder is bedekt met
baarmoederslijmvlies.
- Maagdenvlies -> aanwezig in de vagina bij een meid dat nooit
geslachtsgemeenschap heeft gehad. In het maagdenvlies is altijd een kleine
of grote opening aanwezig.
Geslachtsorganen man:
- Teelballen (testes) -> voor productie van zaadcellen en het mannelijk
geslachtshormoon
- Bijballen -> voor tijdelijke opslag van zaadcellen
- Zaadblaasjes -> voor de productie van zaadcellen en activeren vocht
- Zaadleiders -> transporteren zaadcellen
- Prostaat -> produceren vocht met voedingsstoffen voor zaadcellen
- Penis -> kan zaadcellen in de vagina van een vrouw brengen
- Zwellichaam -> bij seksuele prikkeling kan dit opzwellen -> komt vol met
bloed en zwelt op
- Eikel -> voorste deel van de penis
- Voorhuid -> velletje rondom de eikel
2 soorten voortplanting
- Ongeslachtelijke voortplanting -> deel van een organisme splitst af en
groeit uit tot een nieuw organisme
- Geslachtelijke voortplanting -> geslachtscellen (eicel en zaadcel)
versmelten met elkaar waardoor een bevruchte eicel (zygote) ontstaat. Deze
groeit uit tot een nieuw organisme
Ongeslachtelijke voortplanting
Planten:
- Kunstmatig (door mens)
- Natuurlijk (uitlopers, bollen, knollen en wortelstokken)
- Celdeling
Dieren:
- Deling (eencellige)
- Knopvorming (holtedieren)
Geslachtelijke voortplanting
- Inwendige bevruchting -> bevruchting binnen het moederlichaam
(zoogdieren, reptielen en vogels)
- Uitwendige bevruchting -> bevruchting buiten het moederlichaam (amfibieën
en vissen) Bv. Een vrouwtjesvis schiet haar kuit (eicellen) in het water en een
mannetjesvis spuit zijn hom (zaadcellen) er overheen.
Embryo -> jong dier in het begin van de ontwikkeling. Bij zoogdieren is het embryo
met de navelstreng en placenta verbonden met de moeder.
Navelstreng -> bij zoogdieren. In de navelstreng lopen bloedvaten. Hierdoor worden
voedingsstoffen en zuurstof aangevoerd en afvalstoffen afgevoerd.
Placenta (moederkoek) -> hier worden de stoffen van moeder en jong (kind)
uitgewisseld en is een bloedrijk orgaan.
Levenscyclus -> stadia die een individu doorloopt vanaf de bevruchting tot
volwassenheid
Eenslachtig -> 1 geslacht (man of vrouw)
, Tweeslachtig -> 2 geslachten (man en vrouw) -> maakt beiden gameten aan
(eicellen en zaadcellen) Ook wel hermafrodiet genoemd.
De mens is eenslachtig:
- man -> zaadcellen -> in teelballen
- vrouw -> eicellen -> in eierstokken
Vrouwen hebben een cyclus -> elke 28 dagen is een eicelrijp.
Geslachtsrijp -> wanneer een organisme op een leeftijd komt om zich voort te
kunnen planten. Er worden voor het eerst eicellen of zaadcellen aangemaakt.
Geslachtsorganen vrouw:
- eierstokken (ovaria) -> hier vindt e productie plaats van rijpe eicellen en
hormonen. Reeds voor de geboorte zijn de toekomstige eicellen gevormd
- eileiders met trechter -> voor het opvangen en transport van rijpe eicel
- baarmoeder (uterus) -> zorgt voor het opvangen (innestelen) en laten
groeien van een bevruchte eicel. De baarmoeder is bedekt met
baarmoederslijmvlies.
- Maagdenvlies -> aanwezig in de vagina bij een meid dat nooit
geslachtsgemeenschap heeft gehad. In het maagdenvlies is altijd een kleine
of grote opening aanwezig.
Geslachtsorganen man:
- Teelballen (testes) -> voor productie van zaadcellen en het mannelijk
geslachtshormoon
- Bijballen -> voor tijdelijke opslag van zaadcellen
- Zaadblaasjes -> voor de productie van zaadcellen en activeren vocht
- Zaadleiders -> transporteren zaadcellen
- Prostaat -> produceren vocht met voedingsstoffen voor zaadcellen
- Penis -> kan zaadcellen in de vagina van een vrouw brengen
- Zwellichaam -> bij seksuele prikkeling kan dit opzwellen -> komt vol met
bloed en zwelt op
- Eikel -> voorste deel van de penis
- Voorhuid -> velletje rondom de eikel