1.2 De doelen van het taalonderwijs
1.2.1 Kerndoelen
In de kerndoelen wordt aangegeven wat kinderen aan het eind van de basisschool moeten kennen
en kunnen op het gebied van de verschillende basisschoolvakken. Ze stellen de taalvaardigheid van
de leerlingen centraal. Ook wordt nadrukkelijk het aanleren van strategieën genoemd. De leerlingen
moeten leren strategieën te herkennen, te verwoorden, te gebruiken en te beoordelen. Verder
vragen de kerndoelen om plezier te krijgen in het lezen en schrijven van verhalen, gedichten en
informatieve. teksten. Een laatste opvallend punt is dat er ook aandacht wordt gevraagd voor digitale
bronnen.
1.2.2 Tussendoelen
Omdat de kerndoelen heel algemeen geformuleerd zijn en alleen het eindniveau van het
taalonderwijs aangeven, hebben ze maar een beperkte functie in het onderwijs. Daarom zijn er bij de
kerndoelen ook tussendoelen en leerlijnen geformuleerd. Tussendoelen worden wel omschreven als
gemarkeerde momenten op weg naar de kerndoelen. Je kunt ze vinden op de website
http://tule.slo.nl . In de tussendoelen wordt aandacht besteed aan de volgende acht leerlijnen (die
overigens wel weer in samenhang met elkaar moeten worden gezien):
• lees- en schrijfmotivatie
• technisch lezen
• spelling en interpunctie
• begrijpend lezen
• strategisch schrijven
• informatieverwerking
• leeswoordenschat
• reflectie op geschreven taal.
Tussendoelen en leerlijnen kunnen bij het ontwerpen en vormgeven van je taalonderwijs gebruikt
worden voor het opzetten van een leerlijn. In een concrete les of serie lessen kun je vaak maar aan
één aspect van een tussendoel werken. De tussendoelen kun je goed gebruiken om het werken
binnen een leerjaar in de basisschool vorm te geven en te controleren. Het gaat dan om de
didactische opbouw binnen een leerjaar, de onderlinge afstemming tussen de verschillende groepen
en de controle of wel alle kerndoelen goed aan bod komen.
1.2.3 Referentieniveaus
Per 1 januari 2010 zijn de referentieniveaus voor taal en rekenen ingevoerd in het Nederlandse
onderwijs. Hierin worden doelen omschreven voor de verschillende domeinen van het taalonderwijs.
De (sub)domeinen aanvankelijk lezen, technisch lezen, leesbeleving en woordenschat worden niet
expliciet beschreven in het referentiekader. Het zijn (sub)domeinen die voorwaardelijk zijn voor het
lezen van teksten of bij andere domeinen worden beschreven.
Het hanteren van referentieniveaus heeft als voordelen dat precies duidelijk is wat er van leerlingen
wordt verwacht op het gebied van de Nederlandse taal, zodat de verschillende schooltypen beter op
elkaar kunnen aansluiten. Ook kun je als school exacter doelen stellen en daarmee beter
opbrengstgericht werken.