10.1 Moeilijkheden in de werkwoordspelling
Moeilijkheden vooral werkwoorden die eindigen op –d of –t. Drie belangrijke factoren te noemen
waarom ze lastig zijn.
1. De spelling van deze werkwoorden wordt bepaald door verschillende spellingprincipes.
Denk aan de regel van gelijkvormigheid en de regel van overeenkomst.
2. Bij werkwoordspelling wordt een beroep gedaan op grammaticaal inzicht.
De spelling van een woord is afhankelijk van een ander woord uit de zin.
3. De werkwoordspelling wordt vaak op verkeerde manier aangeleerd.
Men is er wel overeens dat je de spelling van de persoonsvorm het best kunt aanleren via een
algoritme.
10.2 De didactiek van de werkwoordspelling
Inprenting niet geschikt. Drie manieren om wel aan te leren.
10.2.1 De regelmethode
Oudste manier. Aanleren van regels. Meestal in standaard volgorde: eerst tegenwoordige tijd, dan
verleden tijd, etc. Bij tegenwoordige tijd wordt aangeleerd: ik -> schrijf de stam. Hij/zij/jij -> stam +t.
Regels geven inzicht van de spelling van persoonsvormen. Tegenwoordig niet veel meer gebruikt.
10.2.2 De analagoiemethode
Als oplossing voor falende regeltechniek. Aan de hand van veelvoorkomende
voorbeeldwerkwoorden worden de moeilijkheden bij de werkwoordspelling in kaart gebracht.
Vervolgens woorden bij juiste werkwoordsvorm combineren. Leren door woorden te vergelijken. Is
alsnog te moeilijk voor leerlingen. Weten nog niet wat ze precies doen.
10.2.3 De algoritmische methode
Een algoritme is een handelingsvoorschrift dat, als het goed uitgevoerd wordt, steeds een goede
oplossing geeft. In het begin gebruik maken van oefenkaarten. Uiteindelijk denkstappen verkorten en
kind regels toepassen. Meestal ook gecombineerd met toepassen van regels. Meeste alleen
betrekking op persoonsvorm. Voordeel: exact vaststellen waar leerling moeite mee heeft. Beste
manier voor aanleren van werkwoordspelling.
10.3 Hulpmiddelen voor werkwoordspelling
Belangrijkste hulpmiddel is een algoritmekaart. Ondersteunende software met extra
oefenmogelijkheden. De spelkist.
10.4 Analyseren van fouten in de werkwoordspelling
Veel fouten kan problemen met regelstrategie zijn. Weinig aanknopingspunten voor remediëring.
Vaak wel wat zeggen over strategie toepassing. Fonologische toegepast bij bijvoorbeeld: vint, deet.
Om te achterhalen welke strategie een kind heeft toegepast zou je een diagnostisch gesprek moeten
houden. Sommige methoden hebben overzicht van foutencategorieën.