Licht bestaat uit transversale golven.
De trillingsrichting is 90 graden op de voortplantingsrichting. Een voorbeeld hiervan zijn de
golven, de trillingsrichting is verticaal en de voortplantingsrichting horizontaal.
Niet gepolariseerd licht is natuurlijk licht en gaat in alle richtingen.
Gepolariseerd licht is licht in één richting.
Een polarisatie filter laat dus alleen licht door in één richting. Het licht dat uit dit filter komt
heeft in principe maar één trillingsrichting.
Een vector is een pijl, deze kan worden opgesplitst in
een x en y as.
Welk licht door een polarisatie filter gaat is te bepalen
met de volgende formule:
𝐸 = 𝐸𝑂 𝑥 cos 𝜃
E is de elektrische amplitude
Ɵ = de hoek in graden
Dus delen van het schuine licht gaan ook door het filter.
Als er twee polarisatie filters achter elkaar staan waartussen 90 graden verschil zit komt er
geen licht door de filters heen. Maar als er een filter tussen wordt geplaatst van de graden er
tussen in bv. 45 graden komt er wel licht doorheen.
Er is een verschil tussen amplitude (E) en intensiteit (I)
Als je de intensiteit van het licht wil uitrekenen gebruik je de volgende formule:
𝐼 = 𝐼𝑂 𝑥 cos 𝜃 2 Deze formule wordt ook wel de wet van Malus genoemd.
Een polaroid filter filtert altijd 50 procent van het natuurlijke licht.
Licht dat op een oppervlakte schijnt reflecteert (dit is ook gepolariseerd licht). Reflectie bevat
meer horizontaal dan verticaal licht.
Brewster zegt: Als de weerkaatsingshoek 90 graden is, is de polarisatie volledig. Dit is uit te
rekenen met de volgende formule:
𝑖 = arctan ( 𝑛′⁄𝑛)
N’ is altijd de berekeningsindex na het grensvlak.
Een kristalsuiker kan de polarisatierichting draaien. Dit zijn enantiomorfe kristallen en kunnen
gepolariseerd licht alleen of naar rechts, of alleen naar links draaien. Dit is een optische
activiteit.
Een optische activiteit kan je ook krijgen in stoffen die geen optische activiteit hebben. Dit
gebeurd door spanning op het materiaal te zetten. (optische elasticiteit).