99
Trein
eierdoppen in het gele gras
veranda's met de maandagwas
keukens met de geur van gas
kaakjes in de plastic tas
glanzende spoorrails waar ik op plas
(Remco Campert)
23.Welke stijlfiguur beheerst het hele gedicht?
24.Die vrouw, dat afgehaalde bed, is de moeder van dat criminele jongetje uit
Schilderswijk.
Heb je alles?
even kijken
water in mijn handen
bord voor mijn kop
ogen in mijn zak
ja, we kunnen
(Herman van Veen)
25. Welke stijlfiguur beheerst het hele gedicht?
Tijd om weer naar huis te gaan:
'Vrienden ik ga pitten.'
Godzijdank, ik kan nog staan.
'Laat de rest maar zitten
26.Welke stijlfiguur in r. 4?
Voor vader
o vader wij zijn samen geweest
in de langzame trein zonder bloemen
die de nacht als een handschoen aan-
en uittrekt wij zijn samen geweest
vader terwijl het donker ons dichtsloeg
waar ben je nu op een klein ritje
in de vrolijke bries van een groene auto
of legde de dag haar handschoen
niet op een tafel waar schemering en
zachte genezing zeker zijn in de toekomst.
mijn lippen mijn tedere lippen dicht. (Hans Lodeizen)
27.In regel 2: …
28.In regel 3+4: …
29.In regel 7: …
30.In regel 8: …
31.Wie van de vorige generatie krijgt geen rillingen meer van het geluid van
goederentreinen, wie gruwelt niet bij marcherende Duitse soldaten?
Trein
eierdoppen in het gele gras
veranda's met de maandagwas
keukens met de geur van gas
kaakjes in de plastic tas
glanzende spoorrails waar ik op plas
(Remco Campert)
23.Welke stijlfiguur beheerst het hele gedicht?
24.Die vrouw, dat afgehaalde bed, is de moeder van dat criminele jongetje uit
Schilderswijk.
Heb je alles?
even kijken
water in mijn handen
bord voor mijn kop
ogen in mijn zak
ja, we kunnen
(Herman van Veen)
25. Welke stijlfiguur beheerst het hele gedicht?
Tijd om weer naar huis te gaan:
'Vrienden ik ga pitten.'
Godzijdank, ik kan nog staan.
'Laat de rest maar zitten
26.Welke stijlfiguur in r. 4?
Voor vader
o vader wij zijn samen geweest
in de langzame trein zonder bloemen
die de nacht als een handschoen aan-
en uittrekt wij zijn samen geweest
vader terwijl het donker ons dichtsloeg
waar ben je nu op een klein ritje
in de vrolijke bries van een groene auto
of legde de dag haar handschoen
niet op een tafel waar schemering en
zachte genezing zeker zijn in de toekomst.
mijn lippen mijn tedere lippen dicht. (Hans Lodeizen)
27.In regel 2: …
28.In regel 3+4: …
29.In regel 7: …
30.In regel 8: …
31.Wie van de vorige generatie krijgt geen rillingen meer van het geluid van
goederentreinen, wie gruwelt niet bij marcherende Duitse soldaten?