Deel 1: rechtstheorieën
Basis: drie hoofdstromingen
o Verbonden met driehoeksmodel
Verdergaande discussies
o tussenposities
kritiek op rechtspositivisme vanuit tussenposities
rechtspositivisme is de dominante positie waar de anderen kritiek op hebben.
Ronald Dworkin (interpretivisme)
Lon L. Fuller (interactionisme)
(Gustav Radbruch: zie Ric en Nieuwenhuis)
Tussen positivisme en natuurrecht
Ronald Dworkin:
Uitgangspunt: het recht als geheel moet zo goed mogelijk geïnterpreteerd worden.
Wettelijke regels zijn niet genoegd. Hij doet een beroep op achterliggende waarden en
rechtsbeginselen.
Regels kunnen toegepast worden op een alles-of-niets manier. beginselen zijn meer
argumenten pro en contra die tegen elkaar afgewogen moeten worden.
o Interpretivisme
o Kritiek op rechtspositivisme vanwege nadruk op wettelijke regels
o Rechter past in moeilijke gevallen beginselen toe: (er zijn veel moeilijke gevallen
waar je als rechter niet uit komt als je alleen de wet toepast)
Interpretatie in het licht van de waarden van het recht
Dworkin geen echte natuurrist: Hij vindt niet dat de beginselen en waarden van het
recht universeel gelden.
Beginselen in de rechtspraak
Onwaardige deelgenoot
o Strafrecht en privaatrecht
o HR 7 december 1990, NJ 1991, 593
o Art. 1:100 lid 1 BW na eindigen van huwelijk bij gemeenschap van goederen,
wordt de boedel verdeeld en krijgt de huwelijkspartner een helft.
Kinderen van de vrouw zijn het er niet mee eens en gaan naar de rechteris
geen wet die verbied dat de verpleger zijn helft niet mag opeisen.
o Beginsel: “men behoort geen voordeel te hebben van de opzettelijke
veroorzaakte dood van een ander”