Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Erg duidelijke samenvatting Externe Verslaggeving

Beoordeling
4.4
(5)
Verkocht
17
Pagina's
43
Geüpload op
31-05-2017
Geschreven in
2016/2017

Erg duidelijke samenvatting Externe Verslaggeving van 1e jaar master.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Inhoud


College 1a: Conceptual framework en Stramien .............................................................................................................................1
College 1b: Fair value accounting en actuele waarde (inclusief actuele kostprijs) .........................................................................4
College 1c: Earnings management ...................................................................................................................................................5
College 2a: Kasstroomoverzicht .......................................................................................................................................................5
College 2b: Revenue recognition .....................................................................................................................................................6
College 2c: Onderhanden projecten ................................................................................................................................................7
College 3: Financiële instrumenten .................................................................................................................................................9
College 4b: Lease accounting inclusief Sale & Lease back .............................................................................................................14
College 4b: Verrekenen en salderen ..............................................................................................................................................16
College 4a: On or off balance en SPE .............................................................................................................................................16
College 4b: Verbonden partijen .....................................................................................................................................................17
College 4b: Niet in balans opgenomen regelingen ........................................................................................................................17
College 5: Pensioenen ....................................................................................................................................................................18
College 6a: Personeelsbeloningen .................................................................................................................................................20
College 6b: Wettelijke reserve en flex wet ....................................................................................................................................21
College 7a: Immateriële vaste activa .............................................................................................................................................22
College 7b: Impairment van immateriële vaste activa ..................................................................................................................25
College 8: Kapitaalbelangen, business combinations en goodwill.................................................................................................27
College 9a: Voorzieningen ..............................................................................................................................................................31
College 9b+c: Belastinglatenties.....................................................................................................................................................34
10a: Winst per aandeel en IFRS SME..............................................................................................................................................36
10b: Interim reporting (tussentijdse verslaggeving), materialiteit ................................................................................................36
10c: Bestuursverslag, Duurzaamheidsverslaggeving (sustainability reporting) en integrated reporting .....................................37
11/12 Stichtingen, verenigingen, micro-rechtspersonen, onderwijsinstellingen, pensioenfondsen en banken ..........................38
Examentips .....................................................................................................................................................................................40




0

,College 1a: Conceptual framework en Stramien
Rules Based
 op regels gebaseerde set van verslaggevingsregels en is juridisch georiënteerd.
 zijn erg gedetailleerd en willen praktijksituaties af dekken met specifieke voorschriften.
 Accountant kan minder professional judgement toepassen.
Voordelen Nadelen
- Geeft gedetailleerde instructies voor specifieke situaties - Nooit volledig, lopen altijd achter in de tijd
- Zijn afdwingbaar, dus kunnen sancties aan verbonden zijn - Reduceert professional judgement
- Kans op creatief JRRbeleid is minder groot (beter te - Elk land heeft eigen wet- en regelgeving, dus geen
vergelijken) unanieme rules based.

Principles Based
 Geeft een algemene richting waarbij de accountant professional judgement toe past.
 Geen handleiding specifieke situatie. Gevolg: dezelfde situaties op diverse manieren opgelost (minder vergelijkbaar).
 Meer ruimte voor directie om verwerkingswijzen te kiezen (creatief JRRbeleid).
Voordelen Nadelen
- Meer professional judgement - Lastig vergelijkingen te maken
- Één principles based standaard mogelijk voor alle landen. - Zijn minder afdwingbaar, dus kunnen moeilijker sancties
Dus vergelijking mogelijk (bij rules based niet mogelijk) aan verbonden zijn
- Begrijpelijker; dichterbij economische werkelijkheid

Fundamenten JRR:
 Bedrijfseconomie
 Ondernemingsrecht = juridische kant
o B2T9 = dwingend recht, is niet afwijken (kei hard en niet anders), tenzij dwingendrechtelijke regels afwijking
voorschrijven c.q. mogelijk maken. Tegenhanger: regelend recht
o Artikel 362 lid 1: JRR geeft normen volgens maatschappelijk aanvaardbaar, moet vereiste inzicht geven,
verantwoord oordeel omtrent vermogen en resultaat.
 Normen vastgelegd in: RJ, jurisprudentie, IFRS, USGAAP.
o Artikel 362 lid 4: als toepassen van B2T9 ertoe leidt dat niet goed inzicht wordt gegeven. Dan moet je afwijken. Indien
inzicht dit vereist:
 Aanvullende gegevens vermelden
 Afwijkingen toelichten (toelichting mag geen correctie zijn op balans op P&L).
o IFRS; alleen bij extreme omstandigheden moet je afwijken.
o Als bestuur afwijkt van de wet voor een beter inzicht  altijd afvragen wie dan een beter inzicht krijgt.
o RJ komt voort uit artikel 362 lid 1 en jurisprudentie uit 2004 van KPN-arrest: heeft gezegd dat een JRR die volgens RJ
is opgesteld aanvaard wordt volgens de normen. Een JRR die niet opgesteld is volgens RJ kan natuurlijk ook, dit is dan
o.b.v. andere normen zoals bv. IFRS.

Besluit model JRR:
 Hierin staat hoe balans en P&L eruit moet zien.
 Is onderdeel van B2T9 en mag niet van af worden geweken.
 Het wisselen van model is een stelselwijziging (categorieenl  functioneel) en dit moet worden opgenomen in toelichting.

Omvang (let op micro):
 Op twee opeenvolgende balansdatum ten minste 2 van 3 criteria voldoet.
 Als je nieuw opricht dan telt eerste balansdatum voor het eerste en tweede
boekjaar.

Waaruit bestaat een JRR:
 Balans, P&L, kasstroomoverzicht, overzicht van het totaalresultaat van de rechtspersoon, toelichting
o Onderdeel toelichting: grondslagen, n.u.b.b.v, algemene gegevens, res.bestemming, gebeurtenissen na balansdatum.
 Geen onderdeel van de JRR, wel toe te voegen:
o Bestuursverslag, overige gegevens (controleverklaring, statutaire bepaling voor resultaatbestemming).
o resultaatbestemming en gebeurtenissen na balansdatum zijn verhuist naar JRR. sinds 2015 voor getrouw beeld.
 Geen onderdeel van JRR: financiële positie en fiscale positie( hoort bij samenstelverklaring).

In de EU richtlijnen:
 Beursgenoteerde ondernemingen: verplicht IFRS toepassen vanaf 2005 (= wet). Enkelvoudig mag RJ.
 Niet-beursgenoteerde ondernemingen: artikel 362  mag IFRS toepassen als EU goedgekeurde standaarden heeft.
o Bijna geen goedgekeurde standaarden.
o In enkelvoudige JRR mag je kiezen IFRS of RJ (wel toelichten)
 Toe te passen artikelen als je IFRS toepast die goedgekeurd zijn door EU gaan allemaal over eigen vermogen. Want IFRS
heeft geen regels over eigen vermogen! Alleen dat het bezittingen – schulden zijn. (tentamen). IFRS zegt ook niks over:
o Bestuursverslag, Overige gegevens, deskundig onderzoek en openbaarmaking


1

,Termijnen:
Directie stelt JRR op Binnen 5 maanden na afloop boekjaar
Lukt dit niet  verlenging aanvragen bij AVA  alleen bij bijzondere omstandigheden Maximaal 5 maanden
Directie en RvC stellen JRR vast en verlenen decharge aan bestuurders Direct na opmaken JRR
Accountant controleert de JRR Niet wettelijk vastgelegd
AVA stelt JRR vast in AVA en Directie deponeert JRR Maximaal 2 maanden
Dus termijn 5 + 5 + 2 = 12 maanden
Als alle aandeelhouders tevens bestuurder zijn (DGA); ondertekening JRR (stap 3) geldt Maximaal 8 dagen
als vaststelling van de JRR door de AVA. (Flex bv; opgericht na 2012)
Dus termijn bij aandeelhouders zijn bestuurders 5 + 5 + 8 dagen = 10 maanden 8 dagen
Sanctie: econonomisch delict en directie hoofdelijke aansprakelijk
o Als AVA niet vaststelt, dan moet directie wel deponeren!
o Dividend alleen uitkeerbaar na vastgestelde JRR door AVA.

Grondbeginselen
 Toerekeningsbeginsel (baten en lasten toerekenen aan juiste periode)
 Continuiteitsbeginsel (veronderstelling dat bedrijf blijft bestaan; alternatief liquidatiewaarde).
Overige beginselen
 Realisatiebeginsel: baten pas nemen bij realisatie, kosten nemen zodra ze bekend zijn.
 Voorzichtigheidsbeginsel: verliezen direct nemen.
 Matchingbeginsel: kosten worden gelinkt aan opbrengsten waarop ze betrekken hebben.
 Bestendigheids- of stelselmatigheidsbeginsel: hetzelfde stelsel hanteren.
Waarom voorzichtigheid geen grondbeginsel:
 Voorzichtigheid zit in betrouwbaarheid = een deelaspect van kwalitatieve kenmerk van JRR en geen grondbeginsel.
 In toerekeningsbeginsel zit al voorzichtigheid. Baten pas nemen bij realisatie, kosten nemen zodra ze bekend zijn.
 Voorzichtigheid is het vormen van oordelen die nodig zijn bij het maken van de noodzakelijke schattingen in situaties van
onzekerheid, dat activa en baten niet te hoog en vreemd vermogen en kosten niet te laag worden weergegeven.

Kwalitatieve kenmerken van JRRen:
 Begrijpelijkheid (voor een verstandig leek)
 Relevantie (bruikbaar voor besluitvorming)
 Betrouwbaarheid (hier hoort ook bij onpartijdigheid, voorzichtigheid en volledigheid). Hier hoort onder andere substance
over vorm bij (soms ec. Realiteit boven juridische aspect zien)
 Vergelijkbaarheid (in de tijd en met andere bedrijven)

Doel van JRR:
 Informatie verschaffen over Financiele poistie, Resultaten en Wijzigingen in financiele positive.
 voor economische beslissingen gebruikers (willen aandeelhouders investeren, willen banken krediet verschaffen
 Beoordeling gevoerde beleid (bijvoorbeeld impact investeringsbeslissingen, is budget en begroting gehaald)
 Beoordeling rendement en risico

Beste verslaggevingsregel moet bevatten:
 Relevant informatie
o Dichterbij de economische realiteit brengen door gebruik te maken van contante waarde van toekomstige kasstromen.
Dit geeft relevante informatie over de toekomst. (indirecte bedrijfswaarde).
 Betrouwbaar
o Een financiële rapportage die neutraal is en geen manipulatie bevat door management (historische kostprijs)

Other comprehensive income (afvoerputje):
 Onderdeel van eigen vermogen; soort van afvoerputje. Zijn die mutaties die niet gewenst zijn in P&L.
o Herwaarderingsreserve, Omr.verschillen buitenlandse deelnemingen, Stelselwijziging, Foutenherstel, Cash flow hedge
Available for sale reserve

Stelselwijziging:
 Indien grondslagen en/of regels anders zijn dan in JRR van voorgaand jaar. Reden: vergroten inzicht.
 grondslagen voor waardering van activa passiva,- resultaatbepaling, consolidatie-, - voor opstellen van kasstroomoverzicht
 Wijziging retrospectief doorvoeren (met terugwerkende kracht) tenzij een specifieke regel een andere verwerkingswijze
toeschrijft of toelaat.
 herrekening van het EV aan het eind van het voorgaande boekjaar op basis van de gewijzigde grondslag.
 Stelselwijziging vermelden in toelichten met de gevolgen voor vermogen en resultaat.

Schattingswijziging:
 Indien een eerdere schatting wordt herzien (bv. Beschikbaarheid van nieuwe informatie)
 Het effect van een schattingswijziging dient verwerkt te worden in de winst- en verliesrekening in:
o de periode waarin de wijziging plaatsvindt, indien de wijziging alleen invloed heeft op die periode
o de periode waarin de wijziging plaatsvindt alsmede toekomstige periode indien de wijziging van invloed is op de
huidige en toekomstige perioden.

2

,Foutherstel:
 Materieel; retrospectief verwerken in de eerste nog niet vastgestelde JRR. Het herrekende effect op het eigen vermogen
moet worden verwerkt als rechtstreekse mutatie in het eigen vermogen aan het begin van het boekjaar waarin het
foutenherstel plaatsvindt.
 Niet materieel; niet direct iets doen.

P&L kan op twee manieren worden in gedeeld
Categoriaal (kosten uitsplitsen naar soort) Functioneel (kosten groeperen naar 3 functies)
Netto-omzet Netto-omzet
Wijziging in voorraad en ohw Kostprijs omzet
Overige bedrijfsopbrengsten Verkoopkosten
Kosten van grond- hulpstoffen/ afschrijvingen/ salarissen Algemene beheerskosten

Activa Gebeurtenis uit het verleden, waarover de onderneming beschikkingsmacht heeft en waaruit toekomstige
economische voordelen voorvloeien. Moet betrouwbaar vast te stellen zijn.
Beschikkingsmacht Mogelijkheid tot inzetten voor bedrijfsuitoefening. Dus is niet gelijk aan eigendom, want leaseauto is niet van
jou maar activeert het wel.
Vreemd vermogen Bestaande verplichting, die voortvloeit van gebeurtenis uit het verleden, die uitstroom van geldmiddelen
heeft, die economische voordelen in zich bergen. (voorziening valt hieronder).
Eigen vermogen Het overblijvende belang in de activa van een onderneming na aftrek van al haar vreemd vermogen (restpost).
Baten* Baten = vermeerdering van economisch potentieel door instroom van activa of vermindering vreemd
vermogen, wat leidt tot toename EV. Anders dan door bijdragen van deelnemers daarvan. (verschil met
opbrengsten: baten hebben ook andere voordelen zoals herwaardering, opbrengsten alleen uit normale
bedrijfsuitoefeningen.)
Lasten Lasten = vermindering economisch potentieel door uitstroom van activa of vermeerdering vreemd vermogen,
wat leidt tot afname eigen vermogen. Anders dan door uitdeling aan deelnemers daarvan. (verschil met
kosten: lasten bevatten ook verliezen zoals boekverlies bij verkoop.
Geamortiseerde kostprijs Is boekwaarde van het actief of passief op dit moment uitgaande van de contante waarde van de toekomstige
kasstromen (aflossingen en rente) door middel van de effectieve rentemethode. Er wordt dus rekening
gehouden met amortisatie op de lening. Amortisatie is verschil tussen effectieve rente (komt in P&L) en
nominale rente (betaald via bank).
Effectieve rentemethode is…..
Effectieve rentemethode is een methode voor het berekenen van de geamortiseerde kostprijs voor het toerekenen van rente
aan de desbetreffende periode op basis van de effectieve rentevoet.
Effectieve rentevoet Interestpercentage waarmee je alle toekomstige kasstromen contant maakt, zodanig dat je uitkomst op je reële
waarde bij aanvang van de lening.
Unit of account Transactie die uit meerdere transacties bestaat individueel bekijken. Dus op verschillende
grootboekrekeningen boeken. 1. Omzet verkoop machines 2. Omzet onderhoud machines.
Cautiour prudence Voorzichtig zijn bij het opnemen van schattingen
Asymmetric prudence Gelijk aan toerekeningsbeginsel (en stuk matching). Bv.wel afwaarderen van een actief als er geen
toekomstige economische voordelen voortvloeien, en het niet opwaarderen van het actief indien economische
voordelen wel weer voortvloeien. Dus IASB kijkt vooral naar cautious (voorzichtig), maar ook een beetje aan
asymmetric (toerekening/matching).
Accounting conc. of income waardering van onderneming van individuele waardering van activa en passiva (reële waarde)
Economic concept of income waardering van onderneming van samenstel van waardering activa en passiva (value in use)
Hedgen je matcht een afgedekte positie (renterisico/ valutarisico) en een hegde instrument die tegengesteld reageren.
Waardoor zij elkaar neutraliseren (afdekken van een risico).
Hedge-accounting Manier van verslaggeving, waarvan je afwijkt van normale waarderingsregels om mismatch van
waardering/verwerken op te lossen.

*Anders dan door bijdragen van deelnemers daarin. Bij uitgifte aandelen boek je Liquide middelen, aan @ geplaatst kapitaal.
je activa is verhoogt, je eigen vermogen is toegenomen, volgens de definitie zou deze een baten zijn. Maar door de toevoeging
is deze uitgesloten van defintie baten. Dus de transacties tussen eigenaar en de onderneming als rechtspersoon zelf zijn geen
baten (RC Directie/dividenden, kapitaalstorting).




3

, College 1b: Fair value accounting en actuele waarde (inclusief actuele kostprijs)
IFRS en RJ kennen 3 levels of fair value. Aan de hand hiervan fair value bepalen:
 Genoteerde prijzen in een open markt (grondstoffen, aandelen, obligaties) FV betrouwbaar.
 Gebaseerd op parameters die direct/indirect in de markt waarneembaar zijn. Vergelijkbare markt. FV is minder betrouwbaar. Niet actief,
maar wel vergelijkbaar.
 Gebaseerd op parameters die NIET direct/indirect in de markt waarneembaar zijn, d.m.v. waarderingsmodel waardeert men dan. FV is niet
betrouwbaar. (DCC-model). heeft impact gehad op de crisis, gezien geen actieve markt beschikbaar was.

Onderneming mag kiezen tussen historische kostprijs of actuele waarde
Actuele waarde:
 Vervangingswaarde: het bedrag dat zou moeten worden betaald als eenzelfde of gelijkwaardig actief wordt verworven
o Mag ook duurder machine, die je wilt aanschaffen, die mag je alvast activeren. Is raar.
o = vervangen door actuele kostprijs (= totaal ander begrip = stelselwijziging):
o Gaat nu om precies dezelfde machine!
o Actuele kostprijs + (bijkomende kosten) - cum. Afschrijving
 Gaat waarde omhoog? Dan ongerealiseerde herwaardering (= wettelijke reserve) pas bij realisatie wordt het overige reserve.
 Afschrijven is verplicht. Dus niet elk jaar laten taxeren, stukje wat afgeschreven is mag je overboeken van wettelijke reserve
naar overige reserve.
 Indirecte bedrijfswaarde (value in use): de contante waarde van de toekomstige netto-kasstroom van het actief.
o Nooit zelfstandige machine, maar hele productielijn (samenstel). Eén machine genereert geen geld.
 Marktwaarde (=reële waarde/fair value): prijs die tot stand komt tussen goed geïnformeerde partijen die onafhankelijk van elkaar zijn en
bereidt zijn tot een transactie.
o Niet afschrijven. Dus elk jaar taxeren en herwaarderingsreserve. Dus geen impairmenttest.
 Directe opbrengstwaarde: het bedrag aan geldmiddelen dat wordt verkregen als activa op een normaal manier zou worden verstoten
onder aftrek van nog te maken kosten. Geheugensteuntje: Ligt vrij dicht bij liquidatiewaarde.

Historische kostprijs (deze mag je kiezen ipv actuele waarde)
 Verkrijgingsprijs = aanschafwaarde (of lagere marktwaarde)
 Vervaardigingsprijs= Verkrijgingsprijs + overige direct toe te rekenen kosten + redelijk aandeel in de indirecte kosten + toe te rekenen
interest

Welke waardering toepassen?
 IMVA: alleen tegen actuele waarde als er een liquide markt is (dus riedeltje hieronder volgen), anders historische kpr.
 MVA: mag alleen actuele kostprijs, tenzij bedrijfswaarde lager is (dus er zijn dan indicaties voor een impairment dus een toets uitvoeren of
realiseerbare waarde hoger is dan boekwaarde, als opbrengstwaarde hoger is dan bedrijfswaarde dan op opbrengstwaarde). Wil je actief
afstoten dan directe opbrengstwaarde. Historische kostprijs mag ook.
 Vastgoedbeleggingen (onderdeel MVA):
o Verhuur aan derden en aangehouden als vastgoedbelegging: reële waarde en herwaarderingsreserve. Mutaties verwerken P&L (want
hoort bij normale bedrijfsactiveiten) en niet afschrijven. Mutaties moeten in P&L dus:
 Overboeking naar overboeking naar overige reserves; of
 Resultaatbestemming; deel gaat naar overige reserve en deel naar herwaarderingsreserves.
 Staat het pand te koop dan wordt het niet meer aangehouden als vastgoedbelegging dus naar voorraad.
o Niet aard van onderneming (er staat toevallig 1 pand te koop): geen vastgoedbelegging, maar MVA buiten gebruik gesteld dan directe
opbrengstwaarde. Goed impairment beoordelen als verkoopprijs onder boekwaarde ligt.
o Pand voor eigen gebruik (geen vastgoedbelegging, maar gewoon MVA) : actuele kostprijs (riedeltje)
 Als het pand te koop staat: voorraad
o Zelf geproduceerd, voor toekomstige beleggingspand en daarna te koop: eerst MVA, als gereed is dan vastgoedbeleging (reële
waarde) bij verkoop wordt het voorraad.
 Als het voor eigen gebruik is en geen belegginngspand dan blijft het MVA.
 Meteen in verkoop: na gereed wordt het voorraad.
o Vermening eigengebruik/ verhuur derden: afzonderlijk verwerken, zijn ze onlosmakend van elkaar dan MVA. Als onbelangrijk deel
voor eigen gebruik is dan geheel vastgoedbelegging. 50/50? Dan gaat eigen gebruik voor.
 FVA: zie deelnemingen (verkrijginsprijs, actuele waarde of vermogensmutatiemethode)
 Voorraad:
o Agrarisch: liquide markt aanwezig dan opbrengstwaarde, waardeverandeirngen in resultaat (geen her. reserve). Anders kostprijs of
lagere marktwaarde.
o Niet agrarisch: kostprijs of lagere marktwaarde.
 Vorderingen: financiele instrumenten, eerste waardering reële waarde, daarna geamortiseerde kostprijs.
o Voorziening oninbaarheid; integraal middels statische methode.
 Effecten: (financiele instrumenten)
o Normale bedijfsactiviteit: handelsportefeuille: reële waarde, mutaties in P&L.
o Bij niet beursgenoteerde aandelen: eerste waardering op reële waarde daarna op kostprijs of reële waarde.
o Leningen en obligaties:
 aangehouden tot einde looptijd? Eerste waardering op reële waarde, daarna tegen geam. kpr.
 Niet? Eerste waardering op reële waarde, daarna tegen geam. kpr of reële waarde.
 Liquide middelen: nominale waarde
 Voorzieningen: nominale of contante waarde (als tijdstip van betaling betrouwbaar kan worden vastgesteld)
 Schulden financiele instrumenten, eerste waardering reële waarde, daarna geamortiseerde kostprijs.

Bezwaar tegen reële waarde mutaties in P&L: vermenging van bedrijfsprestatie van onderneming en van invloeden vanuit markt en die komen
samen in P&L.




4

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
31 mei 2017
Aantal pagina's
43
Geschreven in
2016/2017
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$4.78
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 17 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 5 reviews worden weergegeven
6 jaar geleden

4 jaar geleden

7 jaar geleden

Top

7 jaar geleden

8 jaar geleden

4.4

5 beoordelingen

5
2
4
3
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
gijskuijken Nyenrode Business Universiteit
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
67
Lid sinds
9 jaar
Aantal volgers
50
Documenten
8
Laatst verkocht
4 jaar geleden

Hallo! Ik ben werkzaam bij een middelgroot accountantskantoor in de Audit & Assurance praktijk en daarnaast volg ik de studie te Nyenrode tot RA. Van alle vakken die ik gevolgd heb, heb ik een samenvatting gemaakt die allemaal geüpload zijn!

3.7

14 beoordelingen

5
3
4
7
3
2
2
1
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen