College 1 - Autonomie versus afhankelijkheid?
Ethiek: systematische studie van gedragsregels (het morele)
Moraal: gedragsregels die we met z’n allen aanvaarden (normen en waarden)
> Waarden: idealen en motieven die in samenleving of groep als goed/fout worden beschouwd. Zoals
vrijheid en zorgvuldigheid.
> Normen: gedragsregels om waarden na te streven. Zoals keuzevrijheid en respect, vastgelegd dmv regels,
wetgeving, kwaliteitseisen, afspraken (wel of niet uitgesproken). Bieden houvast en structuur.
Ethiek volgens
a. Deugdethiek = Aristoteles = wat verstandig is, wordt bepaald ahv deugden
b. Gevolgenethiek = Jermy Bentham en John Stuart Mill = utillisme = morele waarde wordt afgemeten aan
algemeen nut
> Nadelen utillisme: negeert persoonlijke relaties tussen mensen + hoe ver gaan de consequenties van
handelen en is niet voor iedereen hetzelfde + nut, geluk, pijn = subjectief
c. Plichtethiek = Immanuel Kant = de-ontologie (tegenovergesteld van utillisme) = een goede daad is de
overeenkomst van die daad met een juiste morele regel, ongeacht de gevolgen of omstandigheden
- Wedekerigheidsbeginsel: behandel ieder mens niet als middel, maar ook als doel in zichzelf (niet als
object maar ook als subject)
- Categorisch imperatief: behandel een ander zoals je zelf behandelt wilt worden
> Nadelen plichtethiek: theoretisch, tegen intuïtie ingaand, geen uitzonderingen/ rekening houden
met voorwaardes
> Voordelen plichtethiek: universele geldigheid geeft duidelijk kader en men wordt bewust van de
principes waaraan het handelen wordt getoetst
d. Verlichting: einde van autoriteitsdenken
e. Religieus: geboden opgelegd
Medische ethiek
Een vakgebied binnen de filosofie en de geneeskunde waarin wordt nagedacht over een zo goed mogelijke
uitvoering van de geneeskunde
a. Hippocrates: weldoen niet schaden.
b. Van de Berg 1969: pleit voor mondigheid en zelfbeschikking van de patiënt.
c. Beauchamp en Childress (1994): Principles of biomedical ethics = principebenadering
Vier principes:
1. Weldoen = gezondheidsbelang van patiënt voorop stellen.
2. Niet schaden = van alle behandelingen afzien die de patiënt zouden schaden (bijv. euthanasie), zowel
lichamelijk als geestelijk en die pijn zouden veroorzaken
3. Respect voor autonomie: heeft zijn wortels in de Verlichtingstraditie en Kant; mensen moeten zelf
kunnen beslissen over hun leven
4. Rechtvaardigheid: dit heeft oa betrekking op de verdeling van schaarse middelen (organen bijv.)
In sommige gevallen een tegenstrijdigheid en dus dilemma: moet men alles eraan doen om degene te laten
leven (weldoen + niet-schaden) of moet men zijn weigering voor behandeling respecteren (autonomie)?
Stappenplan principebenadering
1. Fase van explicitering: verhelderen van het probleem als ethisch probleem;
2. Analyse van het probleem: welke principes komen bij het probleem in geding en waar botsen deze op
elkaar?
3. Afweging: afwegen van de principes in het concrete geval, verdelen in twee deelstappen:
a. Specificatie: er dient te worden vastgesteld in welke zin elk van de betreffende principes op het geval
van toepassing is, waarbij de principes moeten worden geconcretiseerd = specificatie van het principe
b. Afweging: welke van de principes verdient de voorkeur in die context?
Medische ethiek vs. zorgethiek
Medische ethiek (meer op medisch gericht) Zorgethiek (meer op zorg van patiënt gericht)
Vrijheid en autonomie: cliënt in het centrum? Erkenning van afhankelijkheid: asymmetrische relatie