Straf en Strafprocesrecht
Eerste Kans 2010/2011
Vraag 1
Youssef en Maikel besluiten in de woning van Maikel XTC-pillen te gaan produceren. Zij halen
hiertoe de benodigde spullen in huis en na een paar dagen beginnen ze een aanzienlijke
hoeveelheid XTC-pillen te fabriceren. Helaas voor beide heren is de politie inmiddels op de
hoogte geraakt van de voorbereiding van en de latere daadwerkelijke XTC-productie. Bij een
doorzoeking van Maikels woning worden beide mannen aangehouden en de pillen in beslag
genomen. De pillen blijken stoffen te bevatten die tot lijst I van de Opiumwet behoren.
Welk strafbaar feit levert de XTC-productie in casu op? Noem de relevante wetsbepalingen en
geef aan wat de maximale straf is die op dit feit is gesteld.
(2 punten)
Antwoord: Art. 2 sub D (1 punt) jo. 10 lid 4 (0,5 punt) jo. 13 lid 2 Opw (0,5 bonuspunt),
maximaal 8 jaar gevangenisstraf (0,5 punt).
Wanneer Youssef en Maikel een dagvaarding ontvangen, zien ze dat er twee strafbare
feiten cumulatief ten laste zijn gelegd, te weten de voorbereiding van de productie van XTC-
pillen én de productie van XTC-pillen. Beide mannen snappen niet waarom de Officier van
Justitie zowel de voorbereiding van als de daadwerkelijke XTC-productie ten laste heeft gelegd.
Dat kan toch niet?!
Leg uit waarom dit in casu wel kan en waarom dit niet had gekund wanneer Youssef en Maikel
geen XTC-pillen waren gaan produceren maar hennep waren gaan telen.
(4 punten)
Antwoord: het gaat in casu om een drug genoemd in lijst I. Lijst I is gekoppeld aan art. 2 en 10
Opw. De voorbereiding van art. 2 sub A, B en D Opw is apart strafbaar gesteld in art. 10a
Opw (1 punt). Het gaat hierbij om een zelfstandig delict (0,5 punt). Om die reden kan zowel de
voorbereiding van XTC-productie als de daadwerkelijke XTC-productie ten laste worden gelegd
(0,5 punt). Hennepteelt valt onder art. 3 sub B jo. 11 lid 2 Opw (0,5 punt). Hiervoor geldt art. 10a
Opw niet (0,5 punt). Art. 46 is hier niet van toepassing gezien de strafmaat gesteld op hennepteelt
(maximaal 2 jaar) (0,5 punt); ware dit wel het geval, dan geldt dat art. 46 Sr geen zelfstandig delict
is en dus niet afzonderlijk ten laste kan worden gelegd (0,5 punt).
Behalve Youssef en Maikel wordt ook hun vriend Henk gedagvaard. Henk blijkt in opdracht van
beide mannen verscheidene keren pillen te hebben bezorgd bij een aantal mensen in de buurt.
Youssef en Maikel hadden hem verteld dat het om ‘medicijnen’ ging en dat hij discreet te werk
moest gaan: afgeven en wegwezen en vooral geen vragen stellen. Henk kreeg voor iedere
bezorging goed betaald door de twee heren. Henk wordt het al dan niet opzettelijk afleveren van
XTC-pillen ten laste gelegd. Ter zitting stelt de raadsman van Henk dat zijn cliënt helemaal niet
wist dat het om drugs ging.
Hoe schat u de kans in dat Henk wordt veroordeeld wegens het al dan niet opzettelijk afleveren
van XTC-pillen? Motiveer uw antwoord.
(4 punten)
Eerste Kans 2010/2011
Vraag 1
Youssef en Maikel besluiten in de woning van Maikel XTC-pillen te gaan produceren. Zij halen
hiertoe de benodigde spullen in huis en na een paar dagen beginnen ze een aanzienlijke
hoeveelheid XTC-pillen te fabriceren. Helaas voor beide heren is de politie inmiddels op de
hoogte geraakt van de voorbereiding van en de latere daadwerkelijke XTC-productie. Bij een
doorzoeking van Maikels woning worden beide mannen aangehouden en de pillen in beslag
genomen. De pillen blijken stoffen te bevatten die tot lijst I van de Opiumwet behoren.
Welk strafbaar feit levert de XTC-productie in casu op? Noem de relevante wetsbepalingen en
geef aan wat de maximale straf is die op dit feit is gesteld.
(2 punten)
Antwoord: Art. 2 sub D (1 punt) jo. 10 lid 4 (0,5 punt) jo. 13 lid 2 Opw (0,5 bonuspunt),
maximaal 8 jaar gevangenisstraf (0,5 punt).
Wanneer Youssef en Maikel een dagvaarding ontvangen, zien ze dat er twee strafbare
feiten cumulatief ten laste zijn gelegd, te weten de voorbereiding van de productie van XTC-
pillen én de productie van XTC-pillen. Beide mannen snappen niet waarom de Officier van
Justitie zowel de voorbereiding van als de daadwerkelijke XTC-productie ten laste heeft gelegd.
Dat kan toch niet?!
Leg uit waarom dit in casu wel kan en waarom dit niet had gekund wanneer Youssef en Maikel
geen XTC-pillen waren gaan produceren maar hennep waren gaan telen.
(4 punten)
Antwoord: het gaat in casu om een drug genoemd in lijst I. Lijst I is gekoppeld aan art. 2 en 10
Opw. De voorbereiding van art. 2 sub A, B en D Opw is apart strafbaar gesteld in art. 10a
Opw (1 punt). Het gaat hierbij om een zelfstandig delict (0,5 punt). Om die reden kan zowel de
voorbereiding van XTC-productie als de daadwerkelijke XTC-productie ten laste worden gelegd
(0,5 punt). Hennepteelt valt onder art. 3 sub B jo. 11 lid 2 Opw (0,5 punt). Hiervoor geldt art. 10a
Opw niet (0,5 punt). Art. 46 is hier niet van toepassing gezien de strafmaat gesteld op hennepteelt
(maximaal 2 jaar) (0,5 punt); ware dit wel het geval, dan geldt dat art. 46 Sr geen zelfstandig delict
is en dus niet afzonderlijk ten laste kan worden gelegd (0,5 punt).
Behalve Youssef en Maikel wordt ook hun vriend Henk gedagvaard. Henk blijkt in opdracht van
beide mannen verscheidene keren pillen te hebben bezorgd bij een aantal mensen in de buurt.
Youssef en Maikel hadden hem verteld dat het om ‘medicijnen’ ging en dat hij discreet te werk
moest gaan: afgeven en wegwezen en vooral geen vragen stellen. Henk kreeg voor iedere
bezorging goed betaald door de twee heren. Henk wordt het al dan niet opzettelijk afleveren van
XTC-pillen ten laste gelegd. Ter zitting stelt de raadsman van Henk dat zijn cliënt helemaal niet
wist dat het om drugs ging.
Hoe schat u de kans in dat Henk wordt veroordeeld wegens het al dan niet opzettelijk afleveren
van XTC-pillen? Motiveer uw antwoord.
(4 punten)