Eerste Kans 2009/2010
VRAAG 1
Floris is een student die om wat geld bij te verdienen af en toe met zijn lelijk eendje op en
neer rijdt tussen Maastricht en Sittard om drugs af te leveren bij de woning van ene Kareltje.
De drugs – XTC-pillen – verstopt hij steevast onder de motorkap en in het dashbordkastje.
Inmiddels heeft hij al een aantal ritjes gemaakt en Floris is maar wat blij met het geld dat hij
er zo makkelijk mee verdient. Op een onfortuinlijke dag wanneer Floris wederom op weg is
naar zijn vaste afnemer, krijgt hij echter van twee agenten plotseling een stopteken. Floris
had hen niet gezien en hij kan niet anders dan stoppen om geen argwaan te wekken. Eén
agent vraagt Floris naar zijn rij- en kentekenbewijs. Wanneer deze aarzelt om de agent de
papieren te geven, deelt diens collega hem op norse toon mede dat hij hiertoe verplicht is.
Tijdens het bekijken van de papieren ruikt één van de agenten de geur van verschroeid
rubber en wanneer hij het oude eendje eens goed in zich opneemt, vraagt hij Floris om de
motorkap te openen – ook hiertoe is Floris verplicht, zo voegt de andere agent er nog aan toe.
Wanneer een zenuwachtige Floris de motorkap opent en de agent aan enkele kabels begint te
voelen, komt er opeens een zakje pillen tevoorschijn. De agent besluit hierop Floris’ auto te
doorzoeken. Zo vindt hij ook de drugs in het dashbordkastje. De agent vraagt aan Floris hoe
hij aan de pillen komt en voor wie ze bestemd zijn. Van schrik bekent Floris alles en vertelt
hij de agent het hele verhaal. De agenten – van wie er één hulpofficier is – besluiten diezelfde
dag nog over te gaan tot een doorzoeking van de woning van Kareltje, mede omdat er ook
bij de Regionale Criminele Inlichtingen Eenheid (RCIE) via een informant informatie is
binnengekomen over Kareltjes drugspraktijken, zij het dat over de betrouwbaarheid van
deze informatie niets kon worden gezegd.
a. Beantwoord de volgende vragen en beargumenteer uw antwoord aan de hand van wet en
jurisprudentie:
1. Waarop is de bevoegdheid tot het geven van het stopteken en het vorderen van het rij- en
kentekenbewijs ter inzage gebaseerd?
(1 punt)
2. Is deze bevoegdheid in strijd met het nemo tenetur-beginsel? Beargumenteer uw antwoord
aan de hand van wet en jurisprudentie.
(1,5 punten)
Antwoord: ad 1: art. 160 lid 1 WVW (0,5 punt), het gaat hierbij om een controlebevoegdheid
(0,5 punt). Ad 2. Het nemo tenetur-beginsel ex art. 6 lid 1 EVRM geldt pas vanaf het moment
dat er sprake is van een criminal charge/verdenking en hiervan is op het moment dat de
vorderingen worden gedaan, geen sprake (0,5 punt). Nu het hier gaat om (geconcretiseerd)
materiaal onafhankelijk van de wil (waarvan men weet dat het bestaat) (namelijk het rij- en
kentekenbewijs), biedt het nemo tenetur-beginsel ook geen bescherming, zo blijkt uit het
arrest Saunders van het EHRM (0,5 punt + 0,5 punt voor het noemen van Saunders).
b. Mag de agent overgaan tot doorzoeking van Floris’ auto ter inbeslagneming van de drugs?
Beargumenteer uw antwoord aan de hand van wet en jurisprudentie.
(2 punten)
1