Art. 7:610 BW – toegangspoort tot alle verdere bepalingen. Alleen als het contract dat je hebt afgesloten
voldoet aan deze elementen, dan heb je toegang tot de beschermende bepalingen zoals deze zijn
opgenomen na art. 7:610 BW:
- Persoonlijke arbeid
- Loon
- Gezagsverhouding
Het meest lastige aan de vraag ‘hoe kwalificeer je de overeenkomst?’ is dat partijen vrij zijn om een
overeenkomst te sluiten en ook bij andere soorten overeenkomsten een verplichting kan bestaan tot het
verrichten van arbeid voor een tegenprestatie; denk aan een ovk van opdracht bijvoorbeeld. Je hebt hier
ook de elementen arbeid in, en een zeker loon. Ook in de ovk van opdracht zit een zeker instructierecht,
en dat is ook kenmerkend voor een arbeidsovereenkomst. Dat maakt het onderwerp kwalificatie lastig.
Je moet kijken naar wat partijen hebben afgesproken. Gebruik arrest Groen/Schroevers (nr. 18 uit
jurisprudentiebundel; let op! Niet vermeld bij verplichte stof, maar dat is het wel!). Twee elementen die
uit dit arrest blijken waar de HR naar kijkt bij de kwalificatie van een overeenkomst:
- Wat hebben partijen bij de totstandkoming van de overeenkomst betoogd?
o Wat staat er in het contract?
o Kun je daaruit afleiden wat er bedoeld is?
o Dit is het vertrekpunt, daarna kijk je naar het volgende punt
- Hoe hebben partijen uitvoering gegeven aan de overeenkomst?
o Daadwerkelijk achterhalen wat de bedoeling was van partijen
Daarnaast heeft de HR een aantal handvatten gegeven, gezichtspunten, bij afbakening van de
arbeidsovereenkomst en de overeenkomst van opdracht:
- Mate van onderhandelingsvrije elementen
o Kon de sluiter onderhandelen of was het een ‘take it or leave it’ overeenkomst?
- Wijze van beloning en betaling
o Is dit per maand, een bepaald bedrag, wat gebruikelijk is bij een arbeidsovereenkomst, of
wordt er door de werkende gefactureerd op basis van een voltooide opdracht bijv?
- Doen van investeringen
o Moet je allerlei bedrijfsmiddelen zelf aanschaffen?
- Duurzaamheid en omvang van de arbeidsprestatie
o Gaat het om incidentele werkzaamheden? Dan meer overeenkomst van opdr.
o Arbeidsovereenkomst; structureel voor een langere periode
- Hoeveel opdrachtgevers heeft de werkende
o Arbeidsovereenkomst; werknemer is afhankelijk van 1, heel soms 2 werkgevers
- Aard van de werkzaamheden
o Indien er bijv. 100 werknemers zijn, waarvan er 90 een arbeidsovereenkomst hebben, en
10 een overeenkomst van opdr., maar die dezelfde werkzaamheden verrichten, dan zouden
die 10 dat ook met een arbeidsovereenkomst kunnen doen
Rechtsvermoedens
Art. 7:610a en b BW.
Rechtsvermoeden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst en het rechtsvermoeden van de omvang
van de arbeidsovereenkomst.
Art. 7:610a BW:
- Arbeid ten behoeve van een ander
- Gedurende drie opeenvolgende maanden
- Tegen beloning door die ander
- Wekelijks, of in ieder geval gedurende minimaal 20 per maand
1