Ontwikkelingspsychologie bestudeert patronen groei, veranderingen en stabiliteit van
conceptie tot ouderdom.
Mensen die tot een bepaald cohert (groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek
zijn geboren) behoren delen samen normatieve gebeurtenissen (gebeurtenissen die de
groep op dezelfde manier voltrekt, bv leerplicht, puberteit, ramp). Bij normatieve invloeden
vrezen mensen voor afwijkend gedrag zoals afkomst en klasse.
Een kritieke periode is een specifieke tijd in ontwikkeling waarin een gebeurtenis een groot
gevolg heeft. Gevoelige periode is vaak aan het begin en het kind is extra gevoelig voor
omgevingsinvloeden die betrekking hebben op de ontwikkeling. Het is verschil is dat bij de
kritieke periode de gevolgen permanent zijn en tijdens de gevoelige periode niet.
Het eerste observeren en vastleggen van baby’s waren babybiografieën.
Stromingen:
-Psychodynamisch perspectief: gedrag wordt gemotiveerd door innerlijke krachten,
herinneringen en conflicten waarvan een persoon nauwelijks bewust over is of weinig
controle heeft (dat afkomstig is uit de jeugd en niet weggaat).
Ieder persoon heeft id (duivel), ego (jij) en superego (engel) volgens Freud.
Psychoseksuele ontwikkeling waarbij genot en bevrediging centraal staan. Bij een
onopgeloste fase binnen deze ontwikkeling is er sprake van fixatie
-Behavioristisch perspectief: het aanleren van gedrag vanuit de omgeving (nurture) i.p.v.
erfelijkheid (nature).
Klassieke conditionering wanneer een organisme reageert op een neutrale stimulus die
normaal geen reactie uitlokt (jeugdtrauma of Pavlov experiment met hond).
Operante conditionering van Skinner waarbij een reactie versterkt of verzwakt wordt door,
afhankelijk van de positieve of negatieve consequenties (belonen en straffen).
Gedragsmodificatie waarbij beloond gedrag versterkt wordt (reinforcement) en niet beloond
gedrag verzwakt wordt (extinctie).
Verschil shapen en modeleren is dat het slachtoffer beloond wordt wanneer het het juiste
doet en bij modeleren wordt nagedaan gedrag beloond.
-Cognitief perspectief: de wereld begrijpen door erover na te denken, leren door doen.
Assimilatie is proces waarbij mensen een ervaring interpreteren binnen hun denkwijze.
Accommodatie is het proces waarbij mensen een bestaande manier van denken veranderen
in reactie op een nieuwe gebeurtenis.
Piaget’s schema;
Sensomotorische fase (0-2), objectpermanentie, zintuigen en motoriek ontwikkelen.
Pre operationele fase (2-7), ontwikkelen taal en onlogisch en ego denken.
Concreet operationele fase (7-12), systematisch en logisch denken.
Formeel operationele fase (vanaf 12), logisch en abstract denken.
-Systematisch perspectief: ontwikkeling wordt beïnvloed door omgeving en maatschappij.
Bio-ecologisch model dat beïnvloed wordt door 5 omgevingsniveaus;
Microsysteem, bv. Thuis, school en familie.
Mesosysteem, verbinding aspecten microsysteem (leerlingen en docenten).
Exosysteem, bv. Plaatselijke overheid, buurt, school, kerken en plaatselijke media.
Macrosysteem, bv. Maatschappij, politiek, subcultuur en religie.
Chronosysteem, bv. Invloed verstrijken van tijd zoals historische gebeurtenissen.
Socioculturele theorie van Vygotsky dat ontwikkeling beïnvloed wordt door cultuur. Sociale
aspecten van leren en ontwikkelen i.p.v. richten op eigen individu zoals Piaget.
-Evolutionair perspectief: overleving van individu en de soort (instinct).