Anatomie en fysiologie samenvatting.
Vlakken:
Frontaal
Sagittaal (mediaan) = pijl
Transversaal
Richtingen:
Craniaal ( boven ) - caudaal ( onder ) of superior ( boven ) Inferior ( onder )
Proximaal ( dichterbij de romp ) = alleen armen en benen
Distaal ( verder af van de romp ) = alleen armen en benen
Ventraal ( voor ) dorsaal ( achter )
Lateraal ( meer naar opzij ) mediaal ( meer naar het midden )
Centraal ( middelpunt ) perifeer ( buitenkant ) Bijf : Pit van een vrucht of de schil.
Extern ( buitenkant ) intern ( binnenkant )
Superficiaal (oppervlak )- profunda ( diepekant )
Anterior ( voor ) Posterior ( achter )
Ipsilatiraal ( zelfde zijde ) Contralateraal ( tegenovergestelde zijde )
Sinister ( links ) Dexter ( rechts )
,Anatomische houding:
Bewegingen:
Frontaal vlak
Sagittaal vlak
Transversaal vlak
Flexie = buigen
Extensie = strekken
Anteflexie= naar voor buigen tot 90 graden
Retroflexie= naar achter buigen tot 180 graden
Lateraalflexie= opzij buigen
Elevatie= tillen
Depresie= naar beneden
Rotatie= draaien
Endorotatie= binnen draaien
Exorotatie= buiten draaien
Supinatie= naast elkaar liggende spieren/botten
Pronatie= over elkaar kruisende spieren/botten
Opponeren/ opositie= beweging waarbij de duim tegenover de vingertop komt.
Afkortingen:
Meervoud (aa.) Enkelvout (a.)
A.= arteria (aa.)
V.= Vena (vv.)
N. = Nervus (nn.) = Zenuw
Art. = articulatio (art.)
Lig.= ligament (ligg.) = gewrichtsband
M. = Mescules (mm.) = Spieren
Blauw: zuurstofarm aders
Rood: zuurstofrijk slagaders
Geel: zenuwen
, Groen: lymfe
Frontale as Sagittale as
Longitidunale as
Frontaal vlak
Vlakken:
Frontaal
Sagittaal (mediaan) = pijl
Transversaal
Richtingen:
Craniaal ( boven ) - caudaal ( onder ) of superior ( boven ) Inferior ( onder )
Proximaal ( dichterbij de romp ) = alleen armen en benen
Distaal ( verder af van de romp ) = alleen armen en benen
Ventraal ( voor ) dorsaal ( achter )
Lateraal ( meer naar opzij ) mediaal ( meer naar het midden )
Centraal ( middelpunt ) perifeer ( buitenkant ) Bijf : Pit van een vrucht of de schil.
Extern ( buitenkant ) intern ( binnenkant )
Superficiaal (oppervlak )- profunda ( diepekant )
Anterior ( voor ) Posterior ( achter )
Ipsilatiraal ( zelfde zijde ) Contralateraal ( tegenovergestelde zijde )
Sinister ( links ) Dexter ( rechts )
,Anatomische houding:
Bewegingen:
Frontaal vlak
Sagittaal vlak
Transversaal vlak
Flexie = buigen
Extensie = strekken
Anteflexie= naar voor buigen tot 90 graden
Retroflexie= naar achter buigen tot 180 graden
Lateraalflexie= opzij buigen
Elevatie= tillen
Depresie= naar beneden
Rotatie= draaien
Endorotatie= binnen draaien
Exorotatie= buiten draaien
Supinatie= naast elkaar liggende spieren/botten
Pronatie= over elkaar kruisende spieren/botten
Opponeren/ opositie= beweging waarbij de duim tegenover de vingertop komt.
Afkortingen:
Meervoud (aa.) Enkelvout (a.)
A.= arteria (aa.)
V.= Vena (vv.)
N. = Nervus (nn.) = Zenuw
Art. = articulatio (art.)
Lig.= ligament (ligg.) = gewrichtsband
M. = Mescules (mm.) = Spieren
Blauw: zuurstofarm aders
Rood: zuurstofrijk slagaders
Geel: zenuwen
, Groen: lymfe
Frontale as Sagittale as
Longitidunale as
Frontaal vlak