AGZ-VGG Cellen en weefsel deel 1
Kleinste eenheid in lichaam zijn cellen, cellen vormen samen een weefsel, deze zijn
onderdeel van een orgaan, deze zijn onderdeel van orgaanstelsel.
Dekweefsels beschermen
Bindweefsel ondersteunen
Spierweefsel laat ons bewegen
Zenuwweefsel voor hogere intellectuele handelingen
1000 miljard cellen in ons organisme
Cel is een duizendste van een millimeter -> microniveau
Celmembraan/plasma membraam bestaat uit twee lagen fosfolipiden bestaande uit eiwitten
en suikermoleculen.
Cytosol= vloeistof in de cel
In de cel = intracellulair
Buiten de cel = extracellulair
Eiwitten zorgen voor transport tussen binnen en buiten de cel
Cel heeft glucose nodig om te overleven
C6H12O6 + O2 -> CO2 + H2O
Exocytose = naar buiten de cel transporteren
Endocytose = naar binnen de cel transporteren
Fosfolipiden bestaan uit kop en staart
De kop is hydrofiel, de staart is lipofiel (vet oplosbaar)
Cytoplasma= vloeistof in de cel samen met de organellen
Mitochondriën = energiefabriekjes van de cel, zorgt ervoor dat glucose wordt omgezet
Aerobe = in aanwezigheid van zuurstof
Ribosomen = aanmaak van eiwitten
Enzymen versnellen biologische processen
Endoplasmatisch riticulum kan ruw en glad zijn
Het ruw endoplasmatisch riticulum bevat ribosomen
Glad endoplastmatisch riticulum maakt vetten(lipiden) en steroïde hormonen(bijv.
cholestrol) en ontgift veel stoffen.
Golgi-apparaat staat in verbinding met endoplasmatisch riticulum, deze verpakt de eiwitten
in blaasjes
Lysosomen zijn blaasjes die verteringsenzymen bevatten om grote moleculen af te breken
Katabole reacties waarbij stoffen die afgebroken worden ATP vrijkomt
Cytoskelet is een netwerk van kleine vezels die de functie van de cel bepalen (microfilli
dunne darm)
Kleinste eenheid in lichaam zijn cellen, cellen vormen samen een weefsel, deze zijn
onderdeel van een orgaan, deze zijn onderdeel van orgaanstelsel.
Dekweefsels beschermen
Bindweefsel ondersteunen
Spierweefsel laat ons bewegen
Zenuwweefsel voor hogere intellectuele handelingen
1000 miljard cellen in ons organisme
Cel is een duizendste van een millimeter -> microniveau
Celmembraan/plasma membraam bestaat uit twee lagen fosfolipiden bestaande uit eiwitten
en suikermoleculen.
Cytosol= vloeistof in de cel
In de cel = intracellulair
Buiten de cel = extracellulair
Eiwitten zorgen voor transport tussen binnen en buiten de cel
Cel heeft glucose nodig om te overleven
C6H12O6 + O2 -> CO2 + H2O
Exocytose = naar buiten de cel transporteren
Endocytose = naar binnen de cel transporteren
Fosfolipiden bestaan uit kop en staart
De kop is hydrofiel, de staart is lipofiel (vet oplosbaar)
Cytoplasma= vloeistof in de cel samen met de organellen
Mitochondriën = energiefabriekjes van de cel, zorgt ervoor dat glucose wordt omgezet
Aerobe = in aanwezigheid van zuurstof
Ribosomen = aanmaak van eiwitten
Enzymen versnellen biologische processen
Endoplasmatisch riticulum kan ruw en glad zijn
Het ruw endoplasmatisch riticulum bevat ribosomen
Glad endoplastmatisch riticulum maakt vetten(lipiden) en steroïde hormonen(bijv.
cholestrol) en ontgift veel stoffen.
Golgi-apparaat staat in verbinding met endoplasmatisch riticulum, deze verpakt de eiwitten
in blaasjes
Lysosomen zijn blaasjes die verteringsenzymen bevatten om grote moleculen af te breken
Katabole reacties waarbij stoffen die afgebroken worden ATP vrijkomt
Cytoskelet is een netwerk van kleine vezels die de functie van de cel bepalen (microfilli
dunne darm)