Week 3 COPD
Het managementproces
Management wordt toegankelijk voor wetenschappelijk onderzoek door middel van modellen. Elk
model is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. Voorbeelden in het dagelijks leven zijn;
een telefoongids en een landkaart.
Henri Fayol wordt beschouwd als ‘geestelijke vader van het management als een vak ‘en als de
grondlegger van de managementprocesschool. Door hem werd management opgevat als een proces,
dat bestaat uit vijf essentiële bestanddelen of managementfuncties: vooruitzien, organiseren,
bevelen, coördineren en controleren.
In onderstaande tekst gaan we uit van een soortgelijke indeling. We onderscheiden drie
managementfuncties, namelijk:
1. De strategische beleidsvorming
2. Het ontwerpen van de organisatiestructuur
3. De inhoud geven aan, doen uitvoeren en beheersen van de processen in de organisatie
Management wordt opgevat als een proces waarbinnen drie met elkaar samenhangende
managementfuncties worden onderscheiden, dit fungeert als een model. Deze drie functies vormen
de inhoud van de management, de manager neemt dan de beslissingen.
Het vraagstuk van management kan in drie kernproblemen worden samengevat:
1. Het extern afstemmingsprobleem
Het extern afstemmingsprobleem heeft betrekking op de vraag hoe een organisatie moet
worden afgestemd op de partijen en situaties in het omringend maatschappelijk systeem.
Externe afstemming is het bepalen van doelstellingen maar om het vaststellen van de
beleidslijnen hoe die doelstellingen moeten worden bereikt. Een manager bepaalt de
doelstellingen, op welke wijze, binnen welke tijdsbestek en met behulp van welke middelen
hij doelstellingen gaat realiseren. Bij het extern afstemmingsprobleem
2. Het structureringsprobleem
Het structureringsprobleem heeft betrekking op het ontwerpen van een raamwerk
waarbinnen middelen kunnen worden afgestemd op te bereiken doelstellingen. Het
ontwerpen van een organisatiestructuur bestaat uit het tot stand brengen van interne
arbeidsverdeling, het toewijzen van beslissingsbevoegdheden en het inbouwen van
coördinatievoorzieningen tussen het werk van soms zeer veel mensen en machines. Het
ontwerp van een passende organisatiestructuur is zowel afhankelijk van de strategie (de
taakstelling ten opzichte van de externe omgeving in termen van producten en diensten en
cliënten en markten) als van de beschikbare mensen, middelen en technologie.
Daarom vloeien het extern en het intern afstemmingsprobleem samen in het
structureringsprobleem.
3. Het intern afstemmingsprobleem
Het intern afstemmingsprobleem heeft betrekking op de vraag hoe de organisatie en de
individuele organisatieleden en de onderdelen onderling (bijvoorbeeld mensen en middelen,
waaronder de technologie) op elkaar worden afgestemd.
Om te bepalen wat er gedaan moet worden dienen doelstellingen vertaald te worden in