Woordenschat.
1. Wat maakt woordenschatonderwijs effectief?
Woordenschatonderwijs met aandacht voor leerstof, didaktiek, organisatie, differentiatie en
ondersteuning. Onder leerlingen is de grootte van de woordenschat erg verschillend. Daardoor is het
belangrijk om aandacht de besteden aan woordenschatonderwijs. Bijna elke taal- en
leesontwikkeling heeft te maken met- en wordt beïnvloedt door woordenschat.
Woorden worden bij nooit in 1 keer geleerd. Het moet ten eerste gekoppeld worden aan voorkennis.
Gemiddeld leert een leerling 300 à 400 woorden per jaar.
Bij het aanleren van deze woorden heb je breedte- en diepte-aanpak nodig.
Breedte-aanpak= oppervlakkig,
Diepte-aanpak= veel aandacht door midden van VSCC-model.
VSCC-model:
Voorbewerken, Semantiseren, Consolideren, Controleren.
Dit model vraagt veel tijd en is dus zelden nuttig.
Er zijn vijf lagen in woordenschat:
1. Toepassen= lezen, spreken en schrijven.
2. Gericht leren= VSCC-model
3. Afleiden en onthouden= vaardigheden
4. Geïnteresseerd en bewust= Taalrijke omgeving
5. In contact komen met taal= oppervlakkige kennis
Er zijn veel methodes om te gebruiken. Het gebruik van software is daar één van die steeds vaker ter
discussie wordt gesteld.
Voorstanders zien de voordelen:
- Zo wordt er per individu naar de al bestaande kennis gekeken.
-Individuele aanpak betekent geen tijdverlies die wordt geleden
- Uitgebreide semantische oefeningen
- Sluit aan bij de doelwoorden uit de les
- Er is woordenschathulp bereikbaar
- Vorderingen worden bijgehouden
- Keuze tussen diepte- en breedte-aanpak.
2. Handleiding basislijst schooltaalwoorden VMBO.
Schooltaalwoorden dragen bij aan het juiste taalbegrip. Deze lijst bestaat uit 1600 woorden die
zorgvuldig zijn gekozen. Er zitten vak begrippen en alledaagse woorden in. De lijst is opgedeeld per
schoolvak.
Er zijn veel redenen om al in de brugklas aan de woordenschat te werken. We werken hard om de
onderlinge verschillen te verkleinen.