Week 1: Rechtsbescherming tegen de overheid; inleiding
de functies en kenmerken van de bestuurlijke voorprocedures schetsen;
1) Rechtsbeschermingsfunctie
- verdedigingsbeginsel: hoor en wederhoor art. 8:69 Awb
2) Leerfunctie
- bestuursorganen leren van hun fouten
3) Verduidelijkingsfunctie
- dossier wordt duidelijker met meer dossierstukken
4) Zeeffunctie
- als belanghebbende bezwaar heeft gemaakt en het bestuursorgaan ernaar
heeft gekeken, zal belanghebbende niet verder in bezwaar gaan
in een geschil gemotiveerd aangeven welke voorprocedure en
rechtsbeschermingsprocedure van toepassing is;
- bezwaar art. 1:5 lid 1 Awb
- administratief beroep art. 1:5 lid 2 Awb
het verloop van de bezwaarschriftprocedure beschrijven aan de hand van de
relevante bepalingen uit de Awb;
De bezwaarschriftprocedure is gericht op heroverweging van een genomen besluit en
verloopt zoals hieronder is beschreven:
1) Het bestuursorgaan neemt een besluit;
2) De belanghebbende is het niet eens met het besluit;
3) De belanghebbende dient een bezwaarschrift in;
4) De belanghebbende wordt gehoord (art. 7:2 Awb);
5) Eventueel toelaten van wederhoor (art. 7:6 Awb);
6) Eventueel horen van getuigen en deskundigen (art. 7:8 Awb);
7) Het maken van een verslag van het verhoor (art. 7:7 Awb); en
8) Een gemotiveerde (art. 7:12 lid 1 Awb) heroverweging van het bestreden besluit op
grond van het bezwaarschrift (art. 7:11 lid 1 Awb). Deze heroverweging kan leiden tot
het nemen van een nieuw besluit (art. 7:11 lid 2 Awb);
9) De procedure wordt afgerond met de bekendmaking van de beslissing op bezwaar
(art. 7:12 lid 2 Awb);
10) Binnen 6 weken beslissen (art. 7:10 Awb)
de omvang en de aard van de heroverweging in bezwaar beschrijven;
Verbod op reformatio inpedus: een belanghebbende mag niet achteruitgaan
wanneer er een bezwaar wordt ingediend
Verbod op ultra petita: als bestuursorgaan mag je alleen heroverwegen wat
binnen de grenzen van het bezwaar valt.
de functies en kenmerken van het bestuursprocesrecht schetsen;
Functies:
o Rechtsbeschermingsfunctie: bescherming van de individuele rechtspositie van de
burger