Week 1
Hoofdstuk 1
Inleiding
De sociale zekerheid zorgt ervoor dat de sociale risico’s die een individu loopt zoveel mogelijk worden
verdeeld over alle werknemers en werkgevers of zelfs over alle inwoners van Nederland. Hieruit blijkt
dat een belangrijk uitgangspunt van de sociale zekerheid collectiviteit en solidariteit is, het door middel
van wetgeving gezamenlijk dragen van de individuele risico’s.
Verzorgingsstaat
Bij de Nederlandse sociale zekerheid speelt de overheid een grote rol bij het opvangen van de
verschillende sociale risico’s. Dit wordt de verzorgingsstaat genoemd. Hierbij rust er op de overheid de
verplichting om de burger te vrijwaren tegen een gebrek aan gezondheid, een gebrek aan inkomen
enzovoort. Deze belangrijke rol van de overheid bestaat pas sinds de twintigste eeuw, en ziet er
chronologisch het volgt uit:
De Armenwet (1854)
Voor de behoeftigen bestond toen er de Armenwet, waarin de rol van de overheid echter
beperkt was.
De Ongevallenwet (1901)
Dit was de eerste sociale verzekering waarbij de overheid aan de werkgevers de verplichting
oplegde om een premie te betalen om zo de werknemers te verzekeren tegen de gevolgen
van bedrijfsongevallen.
De Ziektewet (1929)
In het geval van ziekte werd nu gedurende een aantal maanden 80% van het loon aan
arbeiders in vaste dienst uitbetaald
De Steunregeling voor werklozen (1930)
De Kinderbijslagwet (1939)
AOW (1956)
Ziekenfondswet (1964)
Algemene Bijstandswet (1965)
WAO (1966)
Na de Tweede Wereldoorlog, onder invloed van verschillende internationale verdragen, kwam de
ontwikkeling van de sociale zekerheid in een stroomversnelling. Het individu werd niet langer
verantwoordelijk gehouden voor de omstandigheden waarin hij zich soms kon verkeren. Er werd
erkend dat de overheid de plicht had om de bestaanszekerheid van de burger te garanderen.
Inkomenszekerheid
Het fundament van de sociale zekerheid is in de eerste plaats inkomenszekerheid bij inkomensderving
(waarborgfunctie). Mocht het inkomen wegvallen als gevolg van werkloosheid, arbeidsongeschiktheid
of ouderdom, dan zorgen de wetten van de sociale zekerheid ervoor dat een uitkeringsgerechtigde
kan terugvallen op inkomen in de vorm van een periodieke uitkering om het verlies aan inkomen op te
vangen. Niet in alle gevallen gaat het om een uitkering ter vervanging van eerder inkomen. Het kan
soms ook gaan om een tegemoetkoming of bijdrage die de overheid verstrekt voor bepaalde kosten.
→ Bijvoorbeeld: kinderbijslag
Het sociale minimum vormt een kernbegrip bij de inkomenszekerheid. Dit is de ondergrens van de
sociale zekerheid en houdt in dat de sociale zekerheid een inkomen op minimumniveau garandeert in
de situatie dat het inkomen lager is dan het geldende sociale minimum of wanneer er überhaupt geen
inkomen is. In zo’n geval waarborgt de sociale zekerheid dan als vangnet een
minimuminkomensniveau voor de burger. De netto-uitkering is gekoppeld aan het nettoloon, dit houdt