Bijeenkomst 1 Poging en voorbereiding.
Een gedraging die niet aan alle voorwaarden van de delictsomschrijving voldoet, kan toch strafbaar
zijn, bijv. door poging en voorbereiding of door deelneming.
Poging (art. 45 Sr).
Drie vereisten:
- Misdrijf
- Voornemen van de dader: verwijst naar het opzet dat de dader moet hebben op het te plegen
feit. Het opzet in de poging ‘volgt’ het opzet in de delictsomschrijving van dat misdrijf.
- Begin van uitvoering: deze eis is gesteld om te voorkomen dat er een ‘intentiestrafrecht’
ontstaat, waarin het mogelijk zou zijn iemand te straffen die alleen maar kwade gedachten
heeft.
o Subjectieve leer: de gevaarlijke wil van de dader staat centraal.
o Objectieve leer: de gevaarlijkheid van de daad staat centraal.
o In NL wordt de gematigd objectieve leer gebruikt: er is sprake van een begin van
uitvoering wanneer de gedraging naar haar uiterlijke verschijningsvorm is gericht op
voltooiing van het delict (Cito-arrest).
Het strafmaximum wordt ingeval van een poging met een derde verlaagd (art. 45 lid 2 Sr).
In de tenlastelegging moeten alle bestanddelen van het hoofdmisdrijf en de beiden bestanddelen van
de poging worden opgenomen.
Voor vrijwillige terugtred is bij poging vereist dat de beslissing om te stoppen van de dader zelf
afkomstig is en niet in belangrijke mate wordt ingegeven door externe omstandigheden. Bedenkt de
dader zich voordat een dergelijke externe omstandigheid zich voordoet, dan kan hij zich beroepen op
art. 46b Sr en kan hij niet gestraft worden voor de poging.
Het is mogelijk dat de poging zodanig vergevorderd is, dat deze als voltooid kan worden aangemerkt.
Het gaat dan niet om voltooiing van het gronddelict, maar voltooiing van de poging hiervan. Hiervan is
sprake wanneer zonder verdere handelingen van de verdachte het beoogde gevolg zal intreden. Het
enkele afbreken van de gedragingen is dan niet meer voldoende om daar een geslaagd beroep op te
kunnen doen. Er is een actieve handeling van de verdachte vereist. Hoe waarschijnlijker de kans dat
het gevolg toch intreedt, hoe minder kansrijk het beroep op vrijwillige terugtred (Remkabel-arrest).
Het is mogelijk dat een poging niet tot een geslaagd misdrijf leidt. Dit kan komen door absolute
ondeugdelijkheid, waarbij het object of middel uit z’n aard ondeugdelijk is, of door relatieve
ondeugdelijkheid, waarbij het object of middel slechts in dit geval ondeugdelijk is.
1. Absoluut ondeugdelijk object: op een lijk schieten.
2. Absoluut ondeugdelijk middel: poedersuiker om iemand te vergiftigen.
3. Relatief ondeugdelijk object: collectebus is net geleegd.
4. Relatief ondeugdelijk middel: net te weinig vergif gebruikt om iemand te vermoorden.
Een absoluut ondeugdelijke poging is in het NL strafrecht niet strafbaar.