Hoofdstuk 1
Het hoofddoel van het strafproces is het verzekeren van een juiste toepassing van het abstracte
materiële strafrecht
- Bewerkstelligen dat schuldigen bestraft worden
- Voorkomen dat onschuldigen bestraft worden
Dubio pro reo: verdachte krijgt het voordeel van de twijfel
Bijkomende doelen:
- Eerbiediging van de rechten en vrijheden van de verdachte
- Eerbiediging van de rechten en vrijheden van de andere betrokkenen
- Procedurele rechtvaardigheid
- Demonstratiefunctie
De waarheid die in het strafproces wordt vastgesteld, is relatief. De rechter mag niet uitgaan van de
juistheid van een eerder vonnis.
Rechtsbescherming hét doel? 4 kanttekeningen
- Doel mist (in het publiekrecht) onderscheidend vermogen
- Blijkt onverklaard waarom de overheid deze bevoegdheid heeft
- Blijft onderbelicht dat het niet zonder reden is toegekend
- Te eenzijdig
Uitgangspunten afwegen doelen
- Middelen zijn niet onbeperkt
- Hoe meer er voor verdachte op het spel staat, hoe groter de waarborgen moeten zijn
waarmee de berechting is omringd
- Hoe ernstiger het vermoedelijk gepleegde feit en hoe groter het belang dat aan opheldering
toekomt, hoe ingrijpender de onderzoeksbevoegdheden
- Alle doelen moeten worden gerealiseerd
Gevolgen Franse revolutie
- Rechtseenheid
- Gedachtegoed verlichting kreeg vaste voet aan de grond
3 soorten bijzondere wetten:
- Wetten die onderwerpen regelen die het strafprocesrecht gemeen heeft met andere
rechtsgebieden (Wet RO)
- Wetten die onderwerpen regelen die aan of net over de rand van de strafvordering liggen
(Penitentiaire Beginselenwet)
- Wetten die voor bepaalde categorieën delicten een afwijkende of aanvullende
strafvorderlijke regeling geven (Opiumwet)
Van een beleidsregel waarop de burger zich kan beroepen is alleen sprake als het gaat om een regel
die afkomstig is van een orgaan dat de bevoegdheid heeft functionarissen bindende voorschriften te
geven met betrekking tot de uitoefening van hun bevoegdheden.