1. Dronken broer (HR 5 september 1995, NJ 1996/23)
Het is twijfelachtig of een buitengewoon rechtsmiddel wel altijd moet kunnen worden aangewend.
Over rechtsmiddelen in strafzaken oppert zelfs de mogelijkheid om de herzieningsaanvrage niet-
ontvankelijk te verklaren indien sprake is van misbruik van de rechtsmiddelenbedeling, hetgeen het
geval kan zijn indien het novum reeds in het gewone geding had kunnen worden aangevoerd.
2. Öztürk tegen Duitsland (EHRM 21 februari 1984, NJ 1988/937)
Öztürk was met zijn auto tegen een geparkeerde auto gebotst. Hij kreeg een boete van €60 (eigenlijk
Deense Mark). Hij wou hier iets tegen doen, want hij vond het niet eerlijk. Door de rechter werd hij
gehoord in bijzijn van een tolk en toen trok hij zijn verzet weer in. Wel kreeg hij de rekening van de
tolk. Was dit wel verenigbaar met art. 6 EVRM? Lid 3 onder g. Hij had geen free assistance gehad stelt
hij. Het verweer van Duitsland is dat er geen sprake was van een criminal charge. Dit was
Ordnungswidrigkeit. Het is vergelijkbaar met de bestuurlijke boete in Nederland (WAHV).
EHRM: par. 49: Staten mogen onderscheid maken tussen soorten strafbare feiten. Maar als lidstaten
door een feit anders te benoemen toepassing van art. 6 EVRM konden uitsluiten zou dat tot
resultaten leiden die onverenigbaar zijn met object and purpose van het verdrag.
Par. 50: criminal charge: 1. Behoort feit nationaal tot strafrecht; 2. Wat is het karakter van de
overtreding; 3.aard en zwaarte straf.
Par. 53: criterium 2: art. 6 van toepassing.
Art. 6 was van toepassing.
3. Kruslin en Huvig tegen Frankrijk (EHRM 24 april 1990, NJ 1991/523)
Feiten Kruslin: telefoontap bij derde, in onderzoek moord bankier. Kruslin spreekt over andere
moord.
Basis: art. 81 Code Procedure PEnal: de onderzoeksrechter zal, in overeenstemming met het recht,
alle maatregelen nemen welke hij noodzakelijk acht voor de waarheidsvinding.
Strijd met art. 8/1 EVRM? EHRM (26): inbreuk: Correspondence and private life.
Ook uit andere uitspraken volgt dat art. 8 lid 1 EVRM ruim wordt uitgelegd. Uzun v. Duitsland.
Schending art. 8 EVRM?
Art. 8 lid 2: geen inbreuk door public authority tenzij 1. In accordance with the law; 2. Necessary in a
democratic society (etc.)
Par. 27: in accordance with the law eist
1. Basis in nationaal recht, die
2. Aan eisen van accessability and foreseeability voldoet
Par. 29: law omvat rechtspraak, biedt basis.
Par. 30 e.v.: maar kwaliteit schiet tekort op punt foreseeability. Zie vooral paragraaf 35 en 36 ‘does
not indicate with reasonable clarity’.
4. Salduz en Nederland (HR 30 juni 2009, NJ 2009/349) (U hoeft bij dit arrest niet de conclusie
te bestuderen)
De HR leidt uit de EHRM-rechtspraak af dat een door de politie aangehouden verdachte aan art. 6
EVRM een aanspraak op rechtsbijstand kan ontlenen die inhoudt dat hem de gelegenheid wordt
geboden om voorafgaand aan het verhoor door de politie aangaande zijn betrokkenheid bij een
strafbaar feit een advocaat te raadplegen.
Uit die rechtspraak kan niet worden afgeleid dat de verdachte recht heeft op aanwezigheid van een
advocaat bij het politieverhoor.
5. Saunders v. the UK (EHRM 17 december 1996, NJ 1997/699, m. nt. Knigge)
Art. 6 EVRM: fair hearing. Saunders v. UK:
Onderzoek naar koersmanipulatie met betrekking tot aandelen Guinness in kader overnamebod door
DTI inspectors. Directeur Saunders werd gehoord en was verplicht te antwoorden. Daarna
Het is twijfelachtig of een buitengewoon rechtsmiddel wel altijd moet kunnen worden aangewend.
Over rechtsmiddelen in strafzaken oppert zelfs de mogelijkheid om de herzieningsaanvrage niet-
ontvankelijk te verklaren indien sprake is van misbruik van de rechtsmiddelenbedeling, hetgeen het
geval kan zijn indien het novum reeds in het gewone geding had kunnen worden aangevoerd.
2. Öztürk tegen Duitsland (EHRM 21 februari 1984, NJ 1988/937)
Öztürk was met zijn auto tegen een geparkeerde auto gebotst. Hij kreeg een boete van €60 (eigenlijk
Deense Mark). Hij wou hier iets tegen doen, want hij vond het niet eerlijk. Door de rechter werd hij
gehoord in bijzijn van een tolk en toen trok hij zijn verzet weer in. Wel kreeg hij de rekening van de
tolk. Was dit wel verenigbaar met art. 6 EVRM? Lid 3 onder g. Hij had geen free assistance gehad stelt
hij. Het verweer van Duitsland is dat er geen sprake was van een criminal charge. Dit was
Ordnungswidrigkeit. Het is vergelijkbaar met de bestuurlijke boete in Nederland (WAHV).
EHRM: par. 49: Staten mogen onderscheid maken tussen soorten strafbare feiten. Maar als lidstaten
door een feit anders te benoemen toepassing van art. 6 EVRM konden uitsluiten zou dat tot
resultaten leiden die onverenigbaar zijn met object and purpose van het verdrag.
Par. 50: criminal charge: 1. Behoort feit nationaal tot strafrecht; 2. Wat is het karakter van de
overtreding; 3.aard en zwaarte straf.
Par. 53: criterium 2: art. 6 van toepassing.
Art. 6 was van toepassing.
3. Kruslin en Huvig tegen Frankrijk (EHRM 24 april 1990, NJ 1991/523)
Feiten Kruslin: telefoontap bij derde, in onderzoek moord bankier. Kruslin spreekt over andere
moord.
Basis: art. 81 Code Procedure PEnal: de onderzoeksrechter zal, in overeenstemming met het recht,
alle maatregelen nemen welke hij noodzakelijk acht voor de waarheidsvinding.
Strijd met art. 8/1 EVRM? EHRM (26): inbreuk: Correspondence and private life.
Ook uit andere uitspraken volgt dat art. 8 lid 1 EVRM ruim wordt uitgelegd. Uzun v. Duitsland.
Schending art. 8 EVRM?
Art. 8 lid 2: geen inbreuk door public authority tenzij 1. In accordance with the law; 2. Necessary in a
democratic society (etc.)
Par. 27: in accordance with the law eist
1. Basis in nationaal recht, die
2. Aan eisen van accessability and foreseeability voldoet
Par. 29: law omvat rechtspraak, biedt basis.
Par. 30 e.v.: maar kwaliteit schiet tekort op punt foreseeability. Zie vooral paragraaf 35 en 36 ‘does
not indicate with reasonable clarity’.
4. Salduz en Nederland (HR 30 juni 2009, NJ 2009/349) (U hoeft bij dit arrest niet de conclusie
te bestuderen)
De HR leidt uit de EHRM-rechtspraak af dat een door de politie aangehouden verdachte aan art. 6
EVRM een aanspraak op rechtsbijstand kan ontlenen die inhoudt dat hem de gelegenheid wordt
geboden om voorafgaand aan het verhoor door de politie aangaande zijn betrokkenheid bij een
strafbaar feit een advocaat te raadplegen.
Uit die rechtspraak kan niet worden afgeleid dat de verdachte recht heeft op aanwezigheid van een
advocaat bij het politieverhoor.
5. Saunders v. the UK (EHRM 17 december 1996, NJ 1997/699, m. nt. Knigge)
Art. 6 EVRM: fair hearing. Saunders v. UK:
Onderzoek naar koersmanipulatie met betrekking tot aandelen Guinness in kader overnamebod door
DTI inspectors. Directeur Saunders werd gehoord en was verplicht te antwoorden. Daarna