Hoofdstuk 1: Humanisme, Hervorming en Verlichting
1. Hoe verhouden Renaissance en Humanisme zich tot elkaar?
Renaissance= wedergeboorte door nieuwe geschriften uit klassieke oudheid vanaf 12e eeuw en
door contacten tussen midden-oosten en westerse wereld na de kruistochten.
- Latijn herontdekt
- waardering natuur en de mens en haar natuurlijke schoonheid Leonardo da Vinci: uomo
universale= prototype universele mens.
Humanisme: maakte deel uit van de renaissance.
- intellectuele stroming met nadruk op kenbaarheid van de wereld door de mens.
- hoge waardering mogelijkheden mens: vermogen tot zedelijk handelen en om wereld om zich
heen te kennen (vermogen om te denken)
- de mens is mondig: ontwikkeling en opvoeding centraal.
- klassieke Griekse kennis terughalen.
Verschil= waardering natuur en mens vs. waardering wijsbegeerte en literatuur
2. Waartoe diende de studie van de oudheid voor Erasmus uiteindelijk?
Erasmus= humanist en moralist met aandacht voor opvoeding en onderwijs.
- nieuwe Testament in oorspronkelijke taal: Grieks (belangrijk voor protestantisme)
- zedeloosheid is een gevolg van gebrek aan cultuur en komt niet voor bij degenen die gezuiverd
zijn door het klassieke erfgoed.
- Verdraagzaamheid belangrijkste leuze
- opvoeding=klassieke culturele vorming
- schoolmeesters weten eigenlijk niets van de klassieke oudheid
- tegen de Adel waar het om rijkdom ipv kennis gaat.
leidde tot radicale hervormingen in het onderwijs
ideaal burgerij= niet door anderen laten leiden (vrije partnerkeuze)
opvoedingsideaal= kennis, deugd en goede manieren via de klassieken. Kind is vormbaar.
Kennis geleidelijk opbouwen (fles met hals).
De studie van de oudheid diende als methode om Grieks en latijn te leren.