Stof werkgroep 7
Nakoming
Nakomen is het doen wat de verbintenis inhoud. Dit lijdt tot een bevrijdende betaling. Dan
wordt je van je verbintenis bevrijdt. Betaling is in het juridisch begrip veel ruimer, het
betekent iets doen. Presteren is iets doen.
Aan wie?
Nakoming aan een handelingsonbekwame schuldeiser Hoofdregel: bevrijdende
betaling aan wettelijk vertegenwoordiger.
Uitzondering art. 6:31 BW Bevrijdend voor zover werkelijk voordeel voor schuldeiser of
in macht is gekomen van wettelijk vertegenwoordiger. Werkelijk voordeel is het geval
wanneer de onbekwame het ontvangene ‘heeft besteed ter bekostiging van
levensonderhoud of studie of van hetgeen verder voor zijn geestelijk of lichamelijk welzijn
dienstig kon zijn.
Nakoming aan een onbevoegde schuldeiser Dit is bijvoorbeeld als er beslag gelegd is
op het loon enz. Dus de regel: bevrijdende betaling aan derde, betaling aan een onbevoegde
schuldeiser geeft geen bevrijdende betaling. Dus je moet betalen aan de derde, geen
uitzondering. Aanvulling: art. 6:33 BW, hetgeen opnieuw moet worden betaald kan van
schuldeiser worden teruggevorderd.
Nakoming aan derde Hoofdregel: bevrijdende betaling aan derde die in plaats van of
naast de schuldeiser bevoegd is. Een vordering kun je overdragen en dat dan betaling
bevrijdend werkt. Als er wordt nagekomen aan een onbevoegde derde (de verkeerde),
hoofdregel: als de onbevoegde derde niet bevoegd is gemaakt, dan is het geen bevrijdende
betaling. Want er had betaald moeten worden aan de bevoegde.
Uitzondering: Betaling aan onbevoegde derde is bevrijdend, voor zover de bevoegde
ontvanger is gebaat of heeft bekrachtigd art. 6:32 BW. Gebaat is de rechthebbende
wanneer het betaalde in zijn vermogen is gevloeid. Deze maatstaf is ruimer dan ‘tot werkelijk
voordeel strekken’ uit art. 6:31 BW. Bekrachtiging is het goedkeuren, dus eigenlijk zegt de
bevoegde schuldeiser ‘het is oké’.
Andere uitzondering: Je betaalt aan een onbevoegde schuldeiser, aan wie je dacht dat je
moest betalen Schuldeiser wekt schijn dat derde als tussenpersoon betaling mag
ontvangen art. 3:61 lid 2 BW.
Door wie?
Nakoming door schuldeiser (deze moet betalen) De hoofdregel is dat de vordering
teniet gaat door een bevrijdende betaling aan de schuldeiser, dus als de schuldenaar zijn
verbintenis nakomt.
Nakoming door derde (deze kan betalen) Een verbintenis kan door een ander dan de
schuldenaar worden nagekomen, tenzij haar inhoud of strekking zich daartegen verzet
Art. 6:30 lid 1 BW. Dus de schuldeiser moet genoegen nemen, dat een derde de
verschuldigde prestatie verricht. Maar de derde partij moet dan wel van mening zijn, dat die
vordering ook echt van een ander is. Want als die in de veronderstelling is, dat het een eigen
verplichting betreft, dan kan de derde partij het als een onverschuldigde betaling
terugvorderen.