Mevrouw Dekker is sinds 1 januari 2005 als filiaalmanager in dienst bij Claudia Sträter te Amstelveen.
Zij is in februari 2017 op haar functioneren aangesproken door de werkgever. Ze behaalt te weinig
omzet, laat taken liggen en communiceert onvoldoende met het personeel. Met haar is een
verbetertraject van drie maanden afgesproken met behulp van diverse cursussen op het gebied van
leiderschap. Op 15 mei 2017 vindt er een evaluatiegesprek plaats tussen mevrouw Dekker en haar
werkgever. Helaas heeft het verbetertraject niet tot resultaat geleid en herplaatsing in een andere
passende functie is niet mogelijk. De werkgever geeft tijdens het gesprek aan zich te beraden op
verder te nemen stappen. Prompt meldt mevrouw Dekker zich op 16 mei 2017 ziek. Het is haar
allemaal te veel geworden. Ze kan de spanningen niet meer aan. De werkgever dient begin juni 2016
een ontbindingsverzoek in bij de kantonrechter wegens disfunctioneren.
a. Zal de kantonrechter dit verzoek toewijzen? Motiveer.
a. Nee, er is een opzegverbod van toepassing
b. Nee, mits mevrouw Dekker een beroep doet op het opzegverbod.
c. Ja, het verzoek houdt geen verband met het opzegverbod.
Juist, zie art. 7:671b lid 7 BW.
d. Ja, de opzegverboden gelden niet bij de ontbindingsprocedure.
Dekker is ziek geworden in Mei en het ontbindingsverzoek is ingediend in Juni. De werkgever heeft
een ontbindingsverzoek ingediend bij de kantonrechter vanwege disfunctioneren. Dit is een
ontslaggrond neergelegd in art. 7:669 lid 3 sub d BW. De werkgever wil de overeenkomst niet
ontbinden vanwege de ziekte, maar dus vanwege disfunctioneren.
Krachtens art. 7:671b lid 1 sub a BW is de kantonrechter bevoegd om de arbeidsovereenkomst te
ontbinden aangezien het opzegverbod geen verband houdt met het opzegverbod.
NB: art. 7:671b lid 1 sub b BW: de kantonrechter kan op verzoek van de werkgever de arbeidsovk
ontbinding, indien de toestemming van de UWV is geweigerd
Stel dat de kantonrechter het verzoek toewijst.
b. Ziet u nog aanleiding voor het toekennen van een vergoeding aan mevrouw Dekker?
Transitievergoeding o.g.v. art. 7:673 lid 1 sub a sub 2 BW gezien het feit dat de arbeidsovereenkomst
van mevrouw Dekker meer dan 24 maanden heeft geduurd en op verzoek van de werkgever is
ontbonden.
De billijke vergoeding is moeilijk, dan moet er sprake zijn van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten
van de werkgever o.g.v. art. 7:671b lid 8 sub c BW. Dit ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de
werkgever is echter niet aan de orde. Dus er is geen sprake van het toekennen van een billijke
vergoeding.
Geen onregelmatigheidsvergoeding wordt toegekend, want het betreft geen opzegging maar een
ontbinding; de kantonrechter bepaalt namelijk wanneer de arbeidsovk gaat beëindigen.
NB:
Ontbinding ontbindingsverzoek art. 7:671b lid 8 sub c BW
, c. Mevrouw Dekker gaat in hoger beroep tegen de ontbindingsbeschikking.
Wat is/zijn de mogelijke uitkomst(en) van dat hoger beroep?
a. Vernietiging of bekrachtiging van de ontbindingsbeschikking
Dit kan niet, zie art. 7:683 lid 3 BW
b. Het alsnog bepalen van een einddatum van de arbeidsovereenkomst
c. Het toekennen van een billijke vergoeding
Juist o.g.v. art. 7:683 lid 3 BW.
d. Schorsing van de ontbindingsbeschikking
NB:
Ontbinding Hoger beroep art. 7:683 BW
Extra
Stel dat de werknemer een ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft gevraagd en deze wordt
toegewezen. De werkgever is het niet eens met deze uitkomst. Wat kan je dan doen als werkgever?
Dan gaat het om art. 7:683 lid 2 BW, er kan dan alleen over de billijke vergoeding worden
geprocedeerd door de werkgever.
Vraag 2 Beëindigingsovereenkomst
Janine werkt sinds 3 jaar bij kinderdagverblijf Kibeo. Ze heeft het eigenlijk niet zo naar haar zin en dat
is ook aan haar werkhouding te merken. Op zich is er niets op haar functioneren aan te merken, maar
ze stelt zich weinig flexibel op, kan niet goed met haar collega’s overweg waardoor soms een ruzie-
achtige sfeer ontstaat en toont weinig initiatief. Tijdens een functioneringsgesprek met haar
werkgever komt het voorgaande aan de orde en de werkgever geeft aan naar beëindiging van haar
dienstverband te streven. Hij biedt haar de keuze tussen een beëindigingsovereenkomst of een
opzegging met instemming. Janine weet niet wat ze moet doen. De werkgever heeft met geen woord
gerept over een vergoeding. Ze wendt zich tot u voor advies.
Welk advies geeft u haar? Ga er daarbij vanuit dat Janine niet zit te wachten op een continuering
van het dienstverband bij Kibeo.
Dit is afhankelijk van hoe je het betoogd. Een beëindigingsovereenkomst is buitenrechtelijk waardoor
ze daarmee geen recht heeft op een transitievergoeding. Bij een beëindigingsovereenkomst kan je
onderhandelen.
Bij de opzegging met instemming heeft Janine in ieder geval recht op een transitievergoeding.
Consequenties/rechtsgevolgen
Opzegging met instemming heeft als rechtgevolg dat je automatisch aanspraak hebt op
transitievergoeding 7:673b BW
Beëindigingsovereenkomst leidt niet automatisch tot aanspraak op T-vergoeding, tenzij je gaat
onderhandelen. Je loopt dus risico.
NB: Beëindigingsovereenkomst is geen opzegging! Dus dan is art. 7:672 BW ook niet van toepassing!