Hoofdstuk 9
Begeleiding en behandeling bij verslavingsproblematiek
Stoornissen in middelengebruik
Twee stoornissen in middelengebruik in DSM IV
misbruik
afhankelijkheid
In DSM 5 wél weer de term ‘verslaving
In DSM 5 is ook de term ‘gokverslaving’ opgenomen.(dezelfde hersenmechanismen spelen een rol);
is in DSM IV een ‘stoornis in de impulscontrole’
Vroeger: verslaving was ‘keuze’: afkeuring en verachting gevolg. TV programma?
Nu: verslaving is een chronische hersenziekte! Biopsychosociale model:
Bij behandeling:
Biologisch evenwicht herstellen.
Psychologische interventies
Versterking van de sociale aspecten in de omgeving.
Afhankelijkheid
Hiervan is volgens DSM sprake wanneer 3 van 7 onderstaande kenmerken aanwezig zijn.
Tolerantie
Onthoudingsverschijnselen
Langer of vaker gebruiken dan is voorgenomen
o Niet ‘zo maar’ meer kunnen stoppen; geen controle)
Sterk verlangen naar middel
o ‘craving’; ‘zucht’; ‘trek’
Groot deel van dag met middel bezig
Verwaarlozen sociale en werk- activiteiten
Ook bij besef ernstige negatieve effecten voortzetten gebruik
Misbruik
Herhaald gebruik met verhoogde kans op:
Fysiek gevaar.
Verwaarlozing maatschappelijke verplichtingen.
Problemen met politie/justitie.
Interpersoonlijke problemen.
Advies alcohol: mannen max. twee glazen per dag (en twee dagen per week niet) vrouwen max. één
glas.
In de DSM5 geen onderscheid meer tussen misbruik en verslaving.
Paragraaf 9.2 Verslaving en verslavingszorg zelf bestuderen.