(QRA)
Boek: Statistics for managers using Microsoft Excel
Bryan Cuperus
FEM.1A
Student Bedrijfseconomie
Hanzehogeschool Groningen
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1, variabelen, schalen en tabellen ......................................................................................... 3
Hoofdstuk 2, grafieken ............................................................................................................................ 6
Hoofdstuk 3, boxplot, mean, variantie, standaardafwijking e.d. .......................................................... 10
Hoofdstuk 4, kansrekenen..................................................................................................................... 13
Hoofdstuk 5, verwachtingswaarde, poisson en standaarddeviatie ...................................................... 16
Hoofdstuk 6, normale verdeling ............................................................................................................ 18
Hoofdstuk 13, regressie en correlatie ................................................................................................... 21
2
,Hoofdstuk 1, variabelen, schalen en tabellen
Inferentiële statistiek is kansberekening
Statistiek houdt zich bezig met vragen als:
1. Hoe zijn de productiekosten binnen de organisatie verdeeld. (Beschrijvende statistiek.)
2. Hoe groot is de kans dat de productielocatie van een onderneming geraakt wordt door een
blikseminslag (kansrekening)
3. Wat is een betrouwbare voorspelling van de opbrengst van een veld zonepanelen?
(Wiskundige/verklarende statistiek) d.w.z. je doet een meting aan een steekproef om iets te
kunnen zeggen over de hele populatie.
Variabelen
Variabelen zijn zoals man/vrouw en €1/€2.
• Kwalitatief
Variabelen die je moeilijk kan tellen, zoals man/vrouw. Categorische variabelen
• Kwantitatief
Dingen die je kan tellen en meten
➢ Discreet
Discreet is telbaar 1/2/3/4 kanalen enzovoort
➢ Continu
Meetbare variabelen 1.05/1.10/1.15 minuten enzovoort
Schalen
• Nominaal, geen logische volgorde, zoals: plaats, beroep, man/vrouw. Als je geen rangorde
hebt kan je ook geen gemiddelde uitrekenen. Kwalitatief
• Ordinaal, logische volgorde, geen gelijke stappen. Zoals: tevredenheid of aantal sterren
waardering. Kwalitatief
• Interval variabele, logische volgorde, gelijke stappen, maar geen natuurlijk nulpunt (0 graden
Celsius is niet het minimum). Zoals: tijdstippen of temperatuur. Kwantitatief
• Ratio variabele, logische volgorde, gelijke stappen en een natuurlijk nulpunt. Zoals: inkomen,
wachttijd of prijs. Kwantitatief
Bij een kwalitatief variabele is er daarna dus de keuze of het ratio of interval wordt
Bij kwantitatief variabele is er daarna dus de keuze tussen discreet of continu en daarna de keuze
tussen ordinaal of nominaal.
3
,Tabellen
Kwalitatief:
1 variabele = frequentietabel
2 variabelen = kruistabel
• Summary table
Laat zien hoeveel er van elke categorie zijn (soms via percentages)
• Contignency table (cross table)
Om patronen te zien tussen variabelen.
Dit voorbeeld is ‘based on percentage of overall total’
Handed-
ness Right Left
Total
handed handed
Gender
Male 43 9 52
Female 44 4 48
Total 87 13 100
Dit voorbeeld is ‘based on row percentages’
Low Average High total
Growth 27,80% 50,67% 21,52% 100%
Value 38,95% 33,68% 27,37% 100%
Total 31,13% 45,60% 23,27% 100%
Dit is een voorbeeld van ‘based on percentage of colomn total’
Low Average High total
Growth 62,63% 77,93% 64,86% 100%
Value 37,37% 22,07% 35,14% 100%
Total 100% 100% 100% 100%
Kwantitatief = geordende rij, frequente verdeling of cumulatieve verdeling
Analysis tool geeft: cumulatieve relatieve frequentie
4
,Stacked and unstacked
Frequentieverdeling:
Elke exclusieve ‘range’ van warden = class interval
Klassenbreedtes
Class interval width = klassenbreedte = (hoogste waarde – laagste waarde) / aantal klassen dat je wil
De klassenbreedte is om het lezen van de tabel gemakkelijker te maken (10 zou dus veel beter zijn
dan 8,5).
Class midpoints = het midden van een klassenbreedte (bij een klasse van 10 tot 20 zou de class
midpoint dus 15 zijn)
Het 1e BIN-getal is het minimum van de hele reeks getallen. Deze trek je door met een bepaalde
frequentie (klassenbreedte, bijvoorbeeld 10) tot aan het maximum van de getallenreeks.
Relative frequency distribution and percentage distribution
100%
The cumulative distribution
Meal costs Percentage Cumulative
10 30% 30%
20 10% 40%
30 20% 60%
40 30% 90%
50 10% 100%
5
, Hoofdstuk 2, grafieken
Kwalitatief:
1 variabele, cirkeldiagram, staafdiagram of pareto diagram
2 variabelen, samengestelde staafdiagram
Kwantitatief:
1 variabele, histogram, frequentie polygoon of cumulatief frequentie polygoon
2 variabelen, spreidingsdiagram of tijdreeksen (tijdreeksen niet in deze cursus)
Bar chart
Elke ‘bar’ geeft de visualisatie aan van 1 categorie.
Letop de horizontale as kan zowel het percentage als de frequentie aangeven.
Pie chart
6