4.1 Principes
Morele handelingen kunnen op verschillende niveaus beoordeeld worden. Het eerste niveau zijn de
normatieve theorieën.
Op het tweede niveau van een moreel probleem oplossen worden specifieke principes genoemd, die
afgeleid zijn van de normatieve theorieën. In de Beroepscode voor psychologen worden 4 ethische
basisprincipes genoemd: verantwoordelijkheid, integriteit, respect en deskundigheid.
Verantwoordelijkheid: De psycholoog is bereid om zich te verantwoorden voor zijn beroepsmatig en
wetenschappelijk handelen. Als een psycholoog tekortschiet in zijn professionele taak kan hij hierop
aangesproken worden. Het is ook juridisch geregeld dat een professional volledig verantwoordelijk is
en zich bijvoorbeeld niet kan verschuilen achter het beleid van de organisatie waarvoor hij werkt.
Integriteit: Psychologen zijn eerlijk en open. Behandelt mensen gelijk, is objectief en accepteert geen
geschenken van cliënten.
Respect: Psycholoog toont respect voor de fundamentele rechten en waardigheid van de mensen
met wie hij werkt. Eerbiedigt hun vrijheid, waardigheid, privacy en autonomie. Betekent niet dat een
psycholoog alles goedvindt wat een cliënt doet, maar heeft oog voor de unieke waarde van ieder
mens.
Deskundigheid/competentie: competent in wat hij doet, heeft studie psychologie afgerond en zorgt
dat zijn kennis op peil blijft.
4.2 Richtlijnen
Op het derde niveau van een moreel probleem oplossen worden uit de specifieke principes concrete
richtlijnen afgeleid.
Verantwoordelijkheid
NIP leidt uit het principe verantwoordelijkheid 24 richtlijnen, verdeeld over 6 categorieën.
1. Kwaliteit van het beroepsmatig handelen: Psychologen moeten zich ervoor inzetten dat
mensen blijven vertrouwen in de psychologie als wetenschap en in de beroepsuitoefening
van de psychologie.
2. Continuïteit van het beroepsmatig handelen: Psycholoog zorgt ervoor dat de professionele
relatie goed voortgezet kan worden als er andere deskundigen ingeschakeld worden of als hij
zelf de professionele relatie moet onderbreken of beëindigen.
3. Voorkomen en beperken van schade: voorkomen van schade door toedoen van de
psycholoog, maar ook het vorkomen van zakelijke schade voor de psycholoog. Mensen en
dieren mogen niet aan negatieve ervaringen worden blootgesteld, tenzij dit noodzakelijk is
voor het bereiken van het doel van het beroepsmatig handelen.
4. Voorkomen van misbruik: Voor zover mogelijk voorkomt de psycholoog dat er misbruik
wordt gemaakt van zijn resultaten.