lichaamsvreemd te zijn.
Antigeen: een lichaamsvreemde stof of molecuul die bindt aan de immunoglobuline receptor
van een B cell of een T cell (T cell via MHC)
Immunogeniciteit: vermogen van een molecuul om een humorale en/of cell mediated immune
respons op te wekken.
B cell + antigen →effector B cells + memory B cells
↓
Plasma cell →uitgescheiden antilichamen
T cells + antigen → effector T cells + memory T cells
↓
Th, Tc/CTL → uitgescheiden cytokines en cytokine factors
Antigeniciteit: vermogen van een molecuul om te binden aan een antilichaam
Elke immunogene stof is antigeen; maar niet elke antigene stof is immunogeen
Voorwaarde voor een stof om een immuunrespons op te wekken (Alle 4 zijn nodig !)
- Lichaamsvreemd zijn
- Molecuul grootte
- Chemische compositie en de complexiteit
- Vermogen om geprocesd te worden en gepresenteerd met MHC op een antigen
presenterende cel (APC)
Lichaamsvreemd
- De mate van immunogeniciteit van een stof hangt af van de mate van lichaamsvreemd
van die stof
- Evolutionaire afstand
⇒Albumine van een kip zal dus eerder een immuunrespons opwekken in de mens dan
de albumine van een chimpansee
Zelf/ niet zelf herkenning
- B cellen worden in het beenmerg gemaakt en de T cellen in de thymus, de maturation
involves negatieve selectie, waarbij de cellen die te sterk binden aan lichaamseigen
vernietigd worden.
Molecuul grootte
- Actieve immunogens >100 kD of >100000 g/mol