CELLEN – WEEK 4: STRUCTUUR VAN DE CEL EN TRANSPORT (Albert: Ch1 (6-27),
Ch12, Ch15)
Cellen HC 16&17 – TRANSMEMBRAAN TRANSPORT (opname)
Verdeling ionen over plasmamembraan
Diffusie over een lipidebilaag
Mate van diffusie wordt bepaald door:
- groote
- lading
- polariteit
Impermeabel voor water gebonden moleculen
Diffusie over een biologische membraan
In cellen heb je een biologische membraan, die is duidelijke anders:
- Kan verdeling bewerkstellingen door geladen moleculen over het membraan te laten gaan
- Gebruiken energie van geladen moleculen, dus ionen moeten de andere kant op
- Transmoleculen kunnen moleculen die moeilijk over het membraan gaan, makkelijker over het
membraan te laten gaan.
, Een voorbeeld: Set van alfa helixen, kunnen op een bepaalde manier op het membraan zitten. Er
onstaat een porie waardoor moleculen heen kunnen. -> rode gedeelte hydrofiel, groen hydrofoob
Het kan ook met beta-sheets, het binnenste is hydrofiel en de buitenkant hydrofoob -> porie waar
water in doorheen kan.
Transporters en kanalen
Het fundamentele verschil tussen transporters en kanalen is dat een transport een specifieke
bindingsite heeft waardoor zijn conformatie verandert en het molecuul zich door het celmembraan
kan verplaatsen. Bij een kanaal wordt door lading en grootte van het molecuul bepaalt of het
molecuul er doorheen kan.
Passief en actief transport
Gradiënt mee -> passief transport (geen directe energie in te stoppen)
Tegen gradiënt in -> actief transport (voor directe transport directe energie nodig)
Elektrochemische gradiet
A) Kracht waarmee deze ionen naar binnen willen gaan , wordt bepaald door: concentratiegradiënt,
elektrischegradiënt. Positieve deeltjes willen graag de cel in.
B) Chemische gradiënt naar buiten, maar elektrische gradiënt werkt dit eigenlijk tegen.
Dit speelt voor geladen deeltjes. Heb je ongeladen deeltjes, dan gaat het alleen om de concentratie.
Buiten de cel veel natrium, binnen de cel veel calium.
Ch12, Ch15)
Cellen HC 16&17 – TRANSMEMBRAAN TRANSPORT (opname)
Verdeling ionen over plasmamembraan
Diffusie over een lipidebilaag
Mate van diffusie wordt bepaald door:
- groote
- lading
- polariteit
Impermeabel voor water gebonden moleculen
Diffusie over een biologische membraan
In cellen heb je een biologische membraan, die is duidelijke anders:
- Kan verdeling bewerkstellingen door geladen moleculen over het membraan te laten gaan
- Gebruiken energie van geladen moleculen, dus ionen moeten de andere kant op
- Transmoleculen kunnen moleculen die moeilijk over het membraan gaan, makkelijker over het
membraan te laten gaan.
, Een voorbeeld: Set van alfa helixen, kunnen op een bepaalde manier op het membraan zitten. Er
onstaat een porie waardoor moleculen heen kunnen. -> rode gedeelte hydrofiel, groen hydrofoob
Het kan ook met beta-sheets, het binnenste is hydrofiel en de buitenkant hydrofoob -> porie waar
water in doorheen kan.
Transporters en kanalen
Het fundamentele verschil tussen transporters en kanalen is dat een transport een specifieke
bindingsite heeft waardoor zijn conformatie verandert en het molecuul zich door het celmembraan
kan verplaatsen. Bij een kanaal wordt door lading en grootte van het molecuul bepaalt of het
molecuul er doorheen kan.
Passief en actief transport
Gradiënt mee -> passief transport (geen directe energie in te stoppen)
Tegen gradiënt in -> actief transport (voor directe transport directe energie nodig)
Elektrochemische gradiet
A) Kracht waarmee deze ionen naar binnen willen gaan , wordt bepaald door: concentratiegradiënt,
elektrischegradiënt. Positieve deeltjes willen graag de cel in.
B) Chemische gradiënt naar buiten, maar elektrische gradiënt werkt dit eigenlijk tegen.
Dit speelt voor geladen deeltjes. Heb je ongeladen deeltjes, dan gaat het alleen om de concentratie.
Buiten de cel veel natrium, binnen de cel veel calium.