Begrippenlijst geschiedenis
H6: tijd van regenten en vorsten (1600-1700)
Gewesten: vormen afzonderlijke staten en kennen 2 belangrijke ambtenaren. De stadhouder en een
raadspensionaris.
Stadhouder: heeft bevoegdheden op het gebied van rechtspraak en op het gebied van benoemingen
in de stadsbesturen.
Raadspensionaris: onderhoud de contacten met het buitenland en speelt een belangrijke rol in de
buitenlandse politiek. Ook is hij voorzitter van de staten van Holland en kan hij een belangrijke
politieke rol in de republiek vervullen.
Staten generaal: elke gewest heeft een aantal leden die behoren tot de staten generaal.
In de statengeneraal worden de volgende onderwerpen besproken;
- het sluiten van vrede
- het sluiten van verdragen
- het verklaren van oorlog
- het opleggen van financiële verplichtingen.
Holland: draait als gewest op voor de meeste kosten van de republiek, 58%. Daarom hebben zei ook
meer inspraak in de staten generaal.
Vrede van munster: de staten van Holland dringen aan op vrede en daarom wordt in 1648 de vrede
van Munters gesloten met daarin de volgende dingen;
- de republiek blijft een zelfstandige staat.
- de grens word bepaald door de frontlinie van dat moment.
- de Schelde blijft afgesloten voor handelsverkeer naar Antwerpen.
Absolutisme: een vorm van koningschap waarbij de koning alle wetten zelf mag schrijven, het leger
aanvoert en zijn beslissingen neemt naar de hand van god. Van zijn onderdanen eist hij een
onvoorwaardelijke gehoorzaamheid. (Lodewijk XIV was zo’n soort koning)
Handelsoorlogen: oorlogen op zee die ontstonden door spanningen tussen Nederlandse en Engelse
schepen.
Michiel de Ruyter: dwingt tijdens de 2e handelsoorlog vrede af door zijn vloot op te laten varen naar
Engeland en daar de Engelse vloot te vernietigen.
Grachtengordel: doordat Amsterdam een enorme groei doormaakt moest de stad 3x uitgebreid
worden en ontstonden er nieuwe grachten en een grachtengordel.
Inpoldering: er ontstond een grotere vraag naar voedsel en daarom werden gebieden doorgelegd
door de grote droogmakerijen.
Turf: een belangrijk brandstof die die ontstaat door veen te drogen.
Verenigde Oost-Indische compagnie (VOC): een compagnie die is opgericht in 1602 om vele risico’s
te kunnen delen.
H6: tijd van regenten en vorsten (1600-1700)
Gewesten: vormen afzonderlijke staten en kennen 2 belangrijke ambtenaren. De stadhouder en een
raadspensionaris.
Stadhouder: heeft bevoegdheden op het gebied van rechtspraak en op het gebied van benoemingen
in de stadsbesturen.
Raadspensionaris: onderhoud de contacten met het buitenland en speelt een belangrijke rol in de
buitenlandse politiek. Ook is hij voorzitter van de staten van Holland en kan hij een belangrijke
politieke rol in de republiek vervullen.
Staten generaal: elke gewest heeft een aantal leden die behoren tot de staten generaal.
In de statengeneraal worden de volgende onderwerpen besproken;
- het sluiten van vrede
- het sluiten van verdragen
- het verklaren van oorlog
- het opleggen van financiële verplichtingen.
Holland: draait als gewest op voor de meeste kosten van de republiek, 58%. Daarom hebben zei ook
meer inspraak in de staten generaal.
Vrede van munster: de staten van Holland dringen aan op vrede en daarom wordt in 1648 de vrede
van Munters gesloten met daarin de volgende dingen;
- de republiek blijft een zelfstandige staat.
- de grens word bepaald door de frontlinie van dat moment.
- de Schelde blijft afgesloten voor handelsverkeer naar Antwerpen.
Absolutisme: een vorm van koningschap waarbij de koning alle wetten zelf mag schrijven, het leger
aanvoert en zijn beslissingen neemt naar de hand van god. Van zijn onderdanen eist hij een
onvoorwaardelijke gehoorzaamheid. (Lodewijk XIV was zo’n soort koning)
Handelsoorlogen: oorlogen op zee die ontstonden door spanningen tussen Nederlandse en Engelse
schepen.
Michiel de Ruyter: dwingt tijdens de 2e handelsoorlog vrede af door zijn vloot op te laten varen naar
Engeland en daar de Engelse vloot te vernietigen.
Grachtengordel: doordat Amsterdam een enorme groei doormaakt moest de stad 3x uitgebreid
worden en ontstonden er nieuwe grachten en een grachtengordel.
Inpoldering: er ontstond een grotere vraag naar voedsel en daarom werden gebieden doorgelegd
door de grote droogmakerijen.
Turf: een belangrijk brandstof die die ontstaat door veen te drogen.
Verenigde Oost-Indische compagnie (VOC): een compagnie die is opgericht in 1602 om vele risico’s
te kunnen delen.