Strafbaarheid.
De vier voorwaarden voor strafbaarheid zijn:
1. Menselijke gedraging; Vrijspraak B
2. Die valt binnen de delictsomschrijving; OVAR B
3. Die wederrechtelijk is is; (materiële wederrechtelijkheid) OVAR E
4. En aan de schuld van de dader te wijten is. OVAR E
→ In punt twee zit het legaliteitsbeginsel, immers moet de gedraging in een
delictsomschrijving (de wet) staan beschreven.
→ Punt 1 en 2 samen vormen de formele wederrechtelijkheid of de wederwettelijkheid.
Het legaliteitsbeginsel wordt verder uitgelegd in de volgende drie vormen:
● Het verbod van terugwerkende kracht van nieuwe of herziene algemene leerstukken
of strafbepalingen → alles wat ten nadele van de burger is.;
● Lex-certa beginsel.;
● De interpretatieruimte van de strafrechter m.b.t. tot algemene leerstukken en
strafbepalingen. Kern is het uitsluiten van verrassingen.
Causaliteit.
1. Conditio sine qua non?
Gedraging is een onmisbare factor in de keten van gebeurtenissen, zonder welke het gevolg
niet zou zijn ingetreden. Dit is de ondergrens van causaliteit. Alternatieve causaliteit
(<Groninger HIV). Welk scenario is waarschijnlijker?
2. Causa proxima?
Gedraging is de factor die het dichtst bij het gevolg staat.
3. Adequatietheorie?
Het gevolg is voorzienbaar tijdens de gedraging. Kritiekpunt: er wordt vanuit de gedraging
naar de afloop gekeken.
→ Subjectieve voorzienbaarheid: voor de verdachte;
→ Objectieve voorzienbaarheid: voor een objectieve derde. HR: Etalageruit-arrest.
4. Redelijke toerekening? Dit is de heersende leer.
Gevolg is redelijk toe te rekenen aan de gedraging.
→ Bijzonderheden:
1. Medische misser (<Letale longembolie en <Aortaperforatie) Redelijke toerekening. Er
wordt benadrukt dat dit een juridisch concept is en niet of er feitelijk sprake is van causaliteit.
2. Keuze van het slachtoffer (<Niet behandelde longinfectie)
3. Alternatieve causaliteit (<Groninger HIV)
4. Omissiedelicten (<Shaken Baby, Honden Peter)
Opzet en culpa.