In het inwendige deel van je oren registreren je evenwichtsorganen hoe de stand van je
hoofd is ten opzichte van de richting van de zwaartekracht en welke bewegingen je hoofd
maakt. Beide evenwichtsorganen bestaan uit een centraal deel, het vestibulum, en 3
halfcirkelvormige kanalen gevuld met met een vloeistof: endolymfe. In het vestibulum liggen
de maculae. Hiermee neem je rechtlijnige versnellingen en vertragingen van je hoofd waar.
Zintuigcellen in een macula steken met lange zintuigharen in een geleilaag met daar
bovenop een laag kalksteentjes. Die drukken op de zintuigharen. Aan het begin en einde
van een rechtlijnige beweging verschuift de geleilaag met kalksteentjes ten opzichte van de
zintuigcellen. Het buigen van de haren geeft informatie over de richting van de beweging.
In de halfcirkelvormige kanalen bevinden zich de cupulae. Hiermee neem je draaiende
bewegingen van je hoofd waar. Elk kanaal heeft aan de basis van een knobbel met daarin
zintuigcellen met lange zintuigharen. Dit haren steken in de cupula die vrij heen en weer kan
bewegen met de endolymfe. De endolymfe beweegt niet meteen, het blijft even staan en
daarmee ook de cupula. De zintuigharen buigen en de zintuigcellen sturen impulsen naar
het evenwichtscentrum in e hersenstam(BT88C).
Informatie uit evenwichtszintuig, ogen, gewrichten, pezen, spieren, huid en
als je snel stopt met
kleine hersenen komt terecht in het evenwichtscentrum in de hersenstam. Dit
draaien geeft de
centrum combineert en verwerkt de informatie. Daardoor kun je zonder je
evenwichtsorgaan
evenwicht te verliezen, naar een bepaalde punt blijven kijken terwijl je beweegt.
nog informatie dat
Misselijkheid ontstaat doordat de hersenstam de informatie niet goed kan
je draait door de
combineren.
traagheid van de
endolymfe terwijl je
Zintuigcellen die prikkels ontvangen zijn de receptorcellen die de ‘input’ van
ogen en spieren
informatie mogelijk maken.
aangeven dat je
- Mechanoreceptoren: receptoren gevoelig voor mechanische prikkeling
niet draait.
- Thermoreceptoren: receptoren gevoelig voor temperatuur
- Chemoreceptoren: receptoren in de tong en neus, gevoelig voor bepaalde stoffen
- Fotoreceptoren: receptoren in het oog.
Elke type receptorcel is gevoelig voor zijn eigen type prikkel, de adequate prikkel. Een
adequate prikkel leidt in een receptorcel tot een verandering van de membraanpotentiaal. Bij
chemoreceptoren en fotoreceptoren opent een secundaire boodschapper de natriumpoorten
na een cascade aan reacties, maar bij mechanoreceptoren en thermoreceptoren openen de
natrium poorten zonder een secundaire boodschapperstof.
Als de prikkeldrempel bereikt is, ontstaat er depolarisatie → Ca-poorten gaan open →
Calcium stroomt naar binnen en de receptorcellen lozen deexciterende neurotrasmitte in een
synaps met een sensorisch neuron.
Door langdurig prikkelen boven de prikkeldrempel kan de prikkeldrempel omhooggaan. De
receptorcel reageert dan minder op de adequate prikkel. Dit noem je gewenning of
adaptatie.
15.2