Fase 1: Waarnemen/signaleren
Namen van de leerlingen Positief en stimulerend Moeilijk en belemmerend
1.S Onthoud veel en is leergierig. Ze heeft veel Vraagt veel om bevestiging bij werkjes die ze
uitdaging nodig. moet doen.
2.B Is een heel vrolijk meisje. Spreekt weinig tot geen Nederlands.
3.M Is enthousiast. Praat veel door de groep heen.
Herhaalt veel wat de juf zegt, wat dwangmatig.
4.E Is een heel vrolijk meisje. Spreekt weinig tot geen Nederlands.
5.M Weet veel en kan veel. Veel moeite met Nederlands en stottert veel.
Bij werkjes heeft hij een goede concentratie.
6.E Is enthousiast. Is soms iets te enthousiast met praten, door
Doet goed mee met activiteiten, kan en weet veel. bijvoorbeeld door de kring heen te praten.
7.K Bij werkjes die hij aan kan heeft hij een goede Vraagt veel bevestiging.
concentratie.
8.T Is enthousiast. Nog veel structuur nodig.
Wil te snel.
9.C Wil het graag goed doen. Nog weinig concentratie bij een knutselwerkje.
Gaat net zolang door tot het hem lukt.
Werkt rustig door.
10. C Is enthousiast. Vraagt in de kring veel aandacht.
Is bezorgd om andere leerlingen.
11. D Weet veel en kan veel. Is soms opeens heel erg verlegen.
12. B Wil en kan veel vertellen over verschillende Vraagt veel bevestiging.
onderwerpen.
13. K Kan al heel veel zelf qua activiteiten. Vraagt in de kring veel aandacht.
Namen van de leerlingen Positief en stimulerend Moeilijk en belemmerend
1.S Onthoud veel en is leergierig. Ze heeft veel Vraagt veel om bevestiging bij werkjes die ze
uitdaging nodig. moet doen.
2.B Is een heel vrolijk meisje. Spreekt weinig tot geen Nederlands.
3.M Is enthousiast. Praat veel door de groep heen.
Herhaalt veel wat de juf zegt, wat dwangmatig.
4.E Is een heel vrolijk meisje. Spreekt weinig tot geen Nederlands.
5.M Weet veel en kan veel. Veel moeite met Nederlands en stottert veel.
Bij werkjes heeft hij een goede concentratie.
6.E Is enthousiast. Is soms iets te enthousiast met praten, door
Doet goed mee met activiteiten, kan en weet veel. bijvoorbeeld door de kring heen te praten.
7.K Bij werkjes die hij aan kan heeft hij een goede Vraagt veel bevestiging.
concentratie.
8.T Is enthousiast. Nog veel structuur nodig.
Wil te snel.
9.C Wil het graag goed doen. Nog weinig concentratie bij een knutselwerkje.
Gaat net zolang door tot het hem lukt.
Werkt rustig door.
10. C Is enthousiast. Vraagt in de kring veel aandacht.
Is bezorgd om andere leerlingen.
11. D Weet veel en kan veel. Is soms opeens heel erg verlegen.
12. B Wil en kan veel vertellen over verschillende Vraagt veel bevestiging.
onderwerpen.
13. K Kan al heel veel zelf qua activiteiten. Vraagt in de kring veel aandacht.